auteur: Joost van den Vondel
editeur: Leo Simons, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn, H.W.E. Moller en J.F.M. Sterck
bron:
J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn. en L. Simons (eds), De werken van Vondel. Eerste deel 1605-1620. De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1927
verantwoording
inhoudsopgave
doorzoek de hele tekst
downloads

|
Regelnummers proza laten
vervallen | |
| | | |
38. Voghelaer en de Slanghe.*

1 Sulcken Vogelaers waeren de groote Heeren int' Conings-Hof Darij, die den Propheet 2 Danieli met arghlistigheyt rechtschapen netten stelden. Inden welcken, als sy hem 3 gevangen hadden, so zijn sy wel niet van een Slangh, maer van hongerige Leeuwen 4 vermaelt ende opgesloct: Maer Daniel is uyt het net ende alle gevaer ontkomen. 5 DAN. 6. Ende is aen haer het spreecwoordt vervult: Malum consilium consultori 6 pessimum: dat is
Ten argsten comt de boose raet;
Want sy haer eygen meester slaet.
| | | |
XXXVIII
De Voghelaer belaeghde een Tortel schoon van veeren,
En dacht haer in zijn net het vliegen te verleeren.
Zijn stricken hy bereyd, zijn netten spant hy uyt.
Het Duyfken word beweeght aenziende zulcken buyt 4
5
Van rijck en edel zaed, en daelde nae het garen: 5
Maer och wat droefheyd is den Vog'laer wedervaren!
Soo flucx hy trecken wil, hy op een Slange treed,
En voelt int' lincker been een doodelijcke beet.
De Tortel is verheught, zy koomt tot hem ghevloghen;
10
En roept, nu moet ghy zelf de bleecke dood ghedoogen. 10
Die onze onnoozelheyd bespied hebt en belaeght, 11
En int bedrieghlijck net mijn maeghschap hebt gejaeght. 12
‘Wie andren wil verraen, zich zelven vind verraden; 13
‘Hy jaeght zijn eyghen schae, die andren wil beschaden. 14
15
‘De quade zijnen list op elck-een heeft ghemunt:
‘Maer zulcx hy andren wenscht, zulcx word hem weer ghegunt. 16
|
*Onderschrift:
Regel 1 Darij: (Lat. 2e n.v.) van Daríus; Daríus, Koning van 't Perziese wereldrijk. - r. 2 Danieli: (Lat. 3e n.v.) voor Daniël, de bekende profeet (zesde eeuw v. Kr.). Daríus wilde hem om z'n buitengewone wijsheid over 't hele rijk aanstellen, maar de Perziese landvoogden brachten hem bij Daríus in ongenade, zodat ie in de leeuwekuil geworpen werd. Maar door de hulp van God blijft Daniël ongedeerd, en z'n aanklagers worden zelf voor de leeuwen geworpen en verscheurd. - r. 2 rechtschapen netten stelden: goed gemaakte netten spanden; rechtschapen: goed gemaakt, goed gevormd (oorspr. betekenis); In den welcken, als....: toen ze hem hierin.... ('t Lat. Quibus cum eum. - r. 3 van: door. - r. 4 vermaelt: in stukken gekauwd. - r. 5 Dan. 6: De profetie van Daniël, 6e hoofdstuk; aen haer: aan hun; vervult: in vervulling gegaan. - r. 7 Ten argsten comt de boose raet: 't boos opzet strekt tot ongeluk ( ten argsten: tot 't ergste). De Latijnse spreuk luidt letterlik: 'n boos opzet verderft de aanlegger (is allerergst voor).
4word beweeght: werd getrokken (bewogen) toen 't zag..... ( word: ouwere vorm naast werd; zie worde, blz. 590 op r. 5; - beweeght, zie blz. 563 op vs. 11).
10ghedoogen: lijden, ondergaan.
11onnoozelheyd: onschuld.
12mijn maeghschap: mijn verwanten.
14Hy jaeght....: hij zoekt z'n eigen ongeluk; beschaden: benadelen (beschadigen).
16zulcx.... zulcx: wat.... dat (zoals.... zo); weer ghegunt: terug gewenst.
|
|