auteur: Joost van den Vondel
editeur: Leo Simons, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn, H.W.E. Moller en J.F.M. Sterck
bron:
J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn. en L. Simons (eds), De werken van Vondel. Eerste deel 1605-1620. De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1927
verantwoording
inhoudsopgave
doorzoek de hele tekst
downloads

|
Regelnummers proza laten
vervallen | |
| | | |
63. Stier en Ram.*

1 Soo ist den zeer treffelijcken heldt Judae Machabaeo gegaen. Want of hij wel door 2 Gods sonderlinge genade, een dapper onvertsaegt ghemoedt ende groote stercte 3 had, soo dat veel Koningen ende Vorsten voor hem vreesden; soo ist nochtans, dat 4 hij zick alteveel op zijn manhaftigh ende stoutmoedigh hert verliet, ende sonder 5 noodt aen een zeer stercken vijandt waegde, hij vanden selven is verslagen ende 6 omghebraght.
1. MACHAB. 9.
| | | |
LXIII
De kromghehoornde Ram begeerde dat de benden 1
Der witghewolden hem als haren Koningh kenden, 2
Vermits zijn voorhooft met twee hoornen was verzien, 3
Waermede in tijd van nood hij dapper weyr mocht bien. 4
5
T'ontwapent weyrloos vee, de witghewolde Vliezen5
Ghenoodzaeckt uyt ontzagh den Ram tot hooft te kiezen, 6
Bestemden zijnen eysch: de Bock uyt hoovaerdij 7
Om t'erven noch een rijck, en grooter heerschappij,
Den Stier ten strijde uytdaeghde, en dacht hem te verkloecken. 9
10
Het groote beest ghereed niet verre en was te zoecken, 10
Maer liep den Ram op 'tlijf, al wat hij rennen mocht, 11
Die flucx verslaghen stack de beenen inde locht. 12
‘Wie boven zijne macht te stout en zeer vermeten
‘Eens anders kracht bespot, en gaet zich self vergeten, 14
15
‘Veel lichter als hij waent vernedert worden zal:
‘Want hooghmoed (zoomen zeght) gaet altijd voor den val. 16
|
*Regel 1 Judae Machabaeo: (Latijnse buigingsvorm) Judas de Makkabeeër: hij was de zoon van hoge-priester Mattathias (2e eeuw v. Kr.), versloeg met 'n klein leger de troepen der Syriërs, maar moest tenslotte voor hun legermacht onderdoen; of.... wel: ofschoon. - r. 2 sonderlinge: biezondere. - r. 3 soo ist nochtans: zo is 't echter 'n feit. - r. 4-5 zick: zich, zie blz. 602 op r. 2; sonder noodt: zonder noodzakelikheid; vanden selven: door deze. - r. 6 1. Machab. 9: 't 1e Boek van de Makkabeeën, 9e hfst. vs. 1-18 (de oude uitgave heeft bij vergissing I. Machab. 8).
3met.... verzien: voorzien van....
4weyr mocht bien: af kon weren.
7Bestemden: stemden in met, willigden in; Bock: meermalen voor Ram.
9hem te verkloecken: hem te verrassen, sluw te overvallen (in sluwheid voor te zijn).
10ghereed....: was klaar (om te vechten) en hoefde niet ver gezocht te worden.
11liep op 'tlijf: stormde op hem af zo hard ie lopen kon.
14bespot: spot met, minacht.
16In dit vers de duidelike aanwijzing van de betekenis van 't bekende spreekwoord: gaat aan de val vooraf, de hoogmoed brengt ten val.
|
|