auteur: Joost van den Vondel
editeur: Leo Simons, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn, H.W.E. Moller en J.F.M. Sterck
bron:
J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn. en L. Simons (eds), De werken van Vondel. Eerste deel 1605-1620. De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1927
verantwoording
inhoudsopgave
doorzoek de hele tekst
downloads

|
Regelnummers proza laten
vervallen | |
| | | |
79. Stier en't Muysken.*

1 Aldus gingh het den machtighen Roomschen Oversten Marco Antonio: dese worde 2 van een kleyne Vorst uyt Parthen heymlijck aengherant, ende leedt schade, hoewel 3 niet groot. Als nu dese Vorst weghvluchtede, ende in een zeer diepe dal ende ver- 4 sekerde plaets hem verbergde, soo heeft Antonius dese schaed hoogh genomen, ende 5 hem met drie honder duysent man daer henen gemaeckt, daer de Vorst verborgen 6 lagh; doch en heeft met al zijn macht hem niet connen krijghen, noch uyt zijn stercte 7 verdrijven, maer is sonder yet uyt te rechten daer van daen ghetrocken.
PLVTARCHVS.
| | | |
LXXIX
Den horen-drager Stier hem zelven Koningh noemde 1
Van al't viervoetigh vee, en al wat d'hoornen kromde;
Beroemde dat hij 't al braveerde aen elcken kant: 3
Ia zelf te boven gingh den stercken Oliphant, 4
5
Den Leeuw, den Beyr, den Wolf, en wreede Panther-beesten,
En alles wat zich houd in dalen en foreesten. 6
Terwijlen hij dus roemt, een Muys kruypt uyt haer hol, 7
En bijt den Stier in't been: dies hij van gramschap dol,
Zijn leet te wreken tracht, en t'Muysken wil vervolghen,
10
tWelck hem in't hol ontvlucht: dies brult hij zeer verbolgen:
Want telcken als hij zich wil wreken van zijn leet, 11
Loopt 'tdiefken in zijn hol, dat hem zoo schendigh beet. 12
‘Hoe groot een Koningh is door al zijn heerlijckheden,
‘Al is hij schoon het hooft van menigh duysent steden, 14
15
‘Zoo kan een onderzaet, en minder onderdaen, 15
‘Hem door zijn kloeckheyd noch veel hinders brenghen aen. 16
|
*Regel 1 Roomschen Oversten: Romeinse opperbevelhebber: Marco Antonio: (Latijnse buigingsvorm) Marcus Antonius, de Triumvir (de drieman) verdediger van Caesar, konsul en legerbevelhebber in de 1e eeuw v. Kr.; worde: werd (ouwe vorm bij werd). - r. 2 van: door. - r. 3 weghvluchtede: wegvluchtte (zie prent 34 r. 4); diepe dal: diepe (zie prent 78 r. 1); versekerde: beveiligde, versterkte. - r. 4 hem verbergde: zich verborg ( bergen: in de 17e eeuw zwak, in de betekenis: in veiligheid brengen); hoogh genomen: hoog opgenomen. - r. 5 hem... gemaeckt: zich... begeven; daer: waar. - r. 6 connen: (oorspr. vorm) kunnen; stercte: versterking. - r. 7 yet uyt te rechten: iets uit te richten. - r. 8 Plutarchus: zie onder prent 36.
3Beroemde: blufte: 't al....: alles trotseerde onder ieder opzicht.
6zich houd: zich ophoudt; foreesten: bossen.
7Terwijlen: terwijl; terwijlen: oorspr. vorm: in de tijd (dat).
11telcken: telkens ( te elken: bij iedere [keer]).
12'tdicfken: de schelm ; schendigh: gruwelik.
14Al.... schoon: al.... ook, ofschoon.
15minder: geringe (minder in macht).
16kloeckheyd: schranderheid.
|
|