auteur: Joost van den Vondel
editeur: Leo Simons, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn, H.W.E. Moller en J.F.M. Sterck
bron:
J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn. en L. Simons (eds), De werken van Vondel. Eerste deel 1605-1620. De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1927
verantwoording
inhoudsopgave
doorzoek de hele tekst
downloads

|
Regelnummers proza laten
vervallen | |
| | | |
101. Ouden Man en Dood.*

1 Sulck een gelegentheyt had het met den wereltwijsen man Antisthene. want als 2 dese in een sware krancheyt was gevallen, ende groote smerten leedt, soo wenschte 3 hij te sterven, om alsoo vande smerten vrij te zijn. Als nu Diogenes dit vernam, liep 4 hij tot hem met een bloote ponjaert, om hem van al zijn smerten te helpen. Doe 5 verschrickte Antisthenes, ende seyde: dat hij niet begeerde te sterven, maer dat 6 Diogenes zick zijner smerten wilde annemen.
LAERTIVS.
| | | |
CI
Een stock-oud Reyziger lancx onghebaende weghen,
Met een zwaerwichtigh pack zich vond geheel verlegen: 2
De last hem overweeght, hij ziet des weeghs geen eynd: 3
Hij zucht, hij hijght, hij steent vol kommer en ellend.
5
Ten laetsten afgemat aenvanght hij dus te klaghen: 5
Ghebeurt u dan geen rust, zelfs in uwe oude daghen? 6
Wast daerom dat ghij voor vele andren overschoot, 7
Die langh verbeten zijn van d'onverwachte Dood?8
O aenghename Dood! leent 'toor tot mijn ghebeden,
10
Helpt een onzaligh man uyt zijn katijvigheden. 10
De Dood verhoort zijn klacht, en voor zijn aenghezicht
Haer schrickelijck vertoont met eenen stalen schicht. 12
Dies schrickt den ouden-stock, en bid met groot vervaren, 13
Erbarmt mijns ouderdoms, en wilt mij noch wat sparen: 14
15
Ick wenschte alleen om u, vermits mij hulp ghebrack, 15
En mij te bange viel mijn zwaer-geladen pack. 16
‘Zoo dwijnt d'een zwarigheyd, die groot scheen in onz' oogen, 17
‘Wanneer een grooter zich koomt levendigh vertoogen. 18
‘Men roept wel om de dood, uyt onkunde, en verdriet;
20
‘Maer treetse voor den dagh, zeer snel men voor haer vlied.
|
*Regel 1 Sulck een gelegentheyt had het met: zo'n gesteldheid was er bij, zo was 't gelegen met ( 't heeft: er is, zoals meermalen vroeger); wereltwijsen man: wijsgeer; met.... Antisthene: (Lat. buigingsvorm) met Antísthenes, 'n Atheens wijsgeer (5e eeuw v. Kr) 'n cynicus gelijk z'n leerling Diógenes, die meer als zodanig bekend staat (zie onder prent 68). - r. 2. krancheyt: ziekte. - r. 4. ponjaert: dolk; Doe: toen. - r. 6 zick zijner smerten annemen: zich z'n smarten zou aantrekken; annemen met de 2e n.v.; Laertius: Diogenes Laértius (v. Laërte in Cilicië) leefde in de 2e eeuw na Kr.; 'n epikuries wijsgeer, schreef in 't Grieks de levensbeschrijving der wijsgeren (10 boeken).
2zich vond geheel verlegen: bevond zich in grote verlegenheid.
3hem óverweeght: weegt hem te zwaar; eynd-ellend: voor 't rijm, zie blz. 557 op vs. 13.
5aenvánght: begint ( aenvánght voor vangt aen, zie aenbrénght blz. 717 op vs. 17).
6Ghebeurt u: overkomt u, krijg je.
8langh verbeten.... van: al lang (doodgebeten) gedood door.
10onzaligh: ongelukkig; katijvigheden: ellendes.
12Haer: zich; schicht: speer.
13den ouden-stock: de stokoude man; vervaren: vrees.
14Erbarmt mijns ouderdoms: ontfermt u over m'n ouderdom.
16te bange viel: te benauwd was, te veel benauwde.
18levendigh: levend, in werkelikheid; vertoogen: vertonen.
|
|