De werken van Vondel. Deel 1. 1605-1620


auteur: Joost van den Vondel


editeur: Leo Simons, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn, H.W.E. Moller en J.F.M. Sterck


bron: J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn. en L. Simons (eds), De werken van Vondel. Eerste deel 1605-1620. De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1927  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Gebedt.aant.aant.*

 
Uw zegen, Heer, dael op ons allen.
 
Bewaer ons, dat wy tot geen quaet vervallen.
 
Ons zorge zoek' het rijk daer boven meest.3
 
Nu in den naem van Vader, Zoon, en Geest,
5
Genuttight, met een dankbaer hart, te gader,
 
Al wat ons wort gegunt van Godt den Vader.6
 
Zijn milde hant verleent ons drank en spijs:
 
Men geef hem lof, en dank, en eer, en prijs.