auteur: Joost van den Vondel
editeur: Leo Simons, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn, H.W.E. Moller en J.F.M. Sterck
bron: J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn. en L. Simons (eds), De werken van Vondel. Tweede deel 1620-1627. De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1929
verantwoording
inhoudsopgave
doorzoek de hele tekst
downloads

|
|
| |
| | | |
Op de beeldenis van Vorst Frederick Henrick.aant.*
Wie, die dit aenschijn siet, moet niet in liefde blaecken?
Wat vyand schout dit aen en ziddert niet bedeest?
Dit 's FREDERICK, die stal hield in 't verloop der saecken, Vs. 3
En binnen werd bemint, van buyten werd gevreest. vs. 4
Anders.
Waer dit gelaet op straelt, daer moet een hart ontdoyen,
Al waer het diamant tot water smolt het dra:
Waer 't vyand krijght in 't oogh, daer moet het heyr verstroyen: vs. 3
Mendoze in Vlaenderland, voor Bergen Spinola. vs. 4
Anders.
Soo sal hy eeuwigh zijn de glori van Orangien,
En Hollands schut en scherm, van Keyserlijcken stam: vs. 2
Soo sal hy zijn de schrick van 't opgeblasen Spanjen, vs. 3
Die Beyeren ontruckt 't geen hy sijn bloed ontnam. vs. 4
Anders.
Al ruckte burgertwist den degen uyt der scheede:
Al stonden (God verhoed 't) de steden tegens steên: vs. 2
Men maeckte om sijnent wil op staende voet weer vrede,
Soo flucx maer FREDERICK met dit gelaet verscheen.
| | | |
Op Synen Helm.
Dit ysren hoofd van 't hoofd, dat over soo veele hoofden vs. 1
Gesagh heeft, daer vaeck 't roode en blaeuwe vier uyt sprong, vs. 2
Kreegh buylen, daer men stael en beckeneelen kloofde. vs. 3
'sLands hopman past die hoed, gelijck een' Turck sijn wrong. vs. 4
Pluym.
Hayrtoysel en perruyck een' bruyt voeght tot cieragie:
Des Veldheers hellemet een' swaeyende pluymagie: vs. 2
Die als de ruytery kan vaen nocht stander sien,
In 't heetste van den strijd, haer tot kornette dien'. vs. 4
Rusting.
Dat hart, dat heldenhart, daer Vranckrijcx vierden Henrich
In oorloght met sijn' geest, schuylt veyligh onder my. vs. 1-2
Wat rusting vorsten deckt, ick deck der vorsten vendrigh;
vs. 3
Die Hollands vrydom vrijd, terwijl ick hem bevry. vs. 4
Sporen.
Wat is een vorstenband om 't hayr van laffe sielen, vs. 1
Als bagge sonder glans, en purper sonder naem? vs. 2
Maer sporen streng gegespt aen strengen hopmans hielen, vs. 3
Die nopen minst het ros, en allermeest de faem.
vs. 4
Speer.
Laet andre in ringesteeck en kinderspel uytmunten,
Daer kloot nocht koegel huylt, daer kling nocht slaghswaerd klinckt: vs. 2
Vorst FREDRICK met dit punt rent aen op duysend punten. vs. 3
Vreet roest eens anders speer, sijn punt en yser blinckt. vs. 4
| | | |
Pistool.
De blixem van Iupijn geslingert trof noyt beter
Op reusenborst, als ick, beswangert met salpeter, vs. 2
In FREDRICX ysren vuyst, wanneer hy in een' slagh
Soo dicht quam, dat hy't wit van vyands oogen sagh. vs. 4
Swaerd.
Dit is op 't ruggebeen geschaerd van Spaensche ruggen: vs. 1
Het zy dat FREDERICK den vyand had op 't vlack, vs. 2
Of stopte een' waterstroom, en sloegh sijn' legerbruggen
Van lijven, die hy velde, en sabelde, en doorstack. vs. 4
Paerd.
Bucephal was den droes gelijck, doen Alexander vs. 1
Teegh achter Porus her, en dreef hem op de vlught: vs. 2
Dit me, doen Frederick vocht onder vryheyds stander, vs. 3
En onder Nieupoort roock de soete Vlaenderlucht. vs. 4
Breydel.
Daer stof en pulverroock des Hemels torts verduystert, vs. 1
Daer trommel en trompet 't gesagh verdooft op 't ruym; vs. 2
Vorst Fredricx klepper noch na 's breydels wetten luystert.
Wie praelt met diamant, ick prael met woedend schuym.
Sadel.
De deughd staet niet soo seer in vorstelijcken adel, vs. 1
Of konincklijcken stam, of oock in kaysren bloed:
Als in prins FREDRICX hart, gewassen uyt den sadel; vs. 3
Daer 't leeft, gelijck Iupijn op sijnen arend woed. vs. 4
|
*Van 1625. Afgedrukt volgens de tekst in Begroetenis (zie blz. 508) bl. B 3, vlgg.
In de tietel: beeldenis: afbeelding ( beeldenis ouwere bijvorm van beeltenis).
Vs. 3stal hield: stand hield; in 't verloop der saecken: bij de verandering der omstandigheden, in alle omstandigheden.
vs. 4binnen: binnen de grenzen, in 't land; van buyten: buiten 't land.
vs. 3't: 't gezicht; verstroyen: in verwarring vluchten.
vs. 4Mendoze: Mendoza, in de slag bij Nieuwpoort, zie Begroetenis blz. 514, op vs. 136; Spinola en Bergen: zie blz. 519, op vs. 241.
vs. 2van Keyserlijcken stam: afstammeling van keizer Adolf (zie Begroetenis blz. 513 vs. 103).
vs. 3opgeblasen: hoogmoedig.
vs. 4ontruckt: zal ontrukken; Vondel verwachtte, dat Frederik Hendrik de Palts weer zou veroveren, die door de keizer aan keurvorst Frederik ontnomen, en aan Maximiliaan van Beieren geschonken was; Frederik van de Palts was 'n bloedverwant van Frederik Hendrik (zie Begroetenis blz. 515 op vs. 148).
vs. 2God verhoed 't: God verhoede 't.
vs. 1Dit ysren hoofd d.i. de ijzere helm; veele hoofden uitspr.: veel' oofden.
vs. 2't roode en blaeuwe vier: de rode en blauwe vuurstralen (als 't vijandelik zwaard er op sloeg, of de kogels erop afschampten).
vs. 3buylen: blutsen; daer: waar; beckeneelen: hersenpannen, hoofden.
vs. 4hopman: hoofdman, kapitein; wrong: muts, tulband zoals 'n Turk altijd z'n tulband op heeft, zo draagt Frederik Hendrik altijd zijn helm.
vs. 2Aan 'n veldheers helm past als sieraad 'n zwierende pluim; hellemet: ( helmet) helm.
vs. 4kornette: kornet, de vaandeldrager bij de bereden wapens.
vs. 1-2daer... met sijn' geest: waar dezelfde krijgsgeest in woont als in Hendrik IV.
vs. 3Wat rusting: welke wapenrusting; der vorsten vendrigh: de vaandeldrager, de voorganger der vorsten.
vs. 4vrydom vrijd: vrijheid beschermt; bevry: bescherm.
vs. 1vorstenband: koningskroon.
vs. 2bagge: edelsteen; purper sonder naem: flets purper, purper dat geen purper heten mag.
vs. 3streng: stevig; strengen hopmans: van 'n straffe veldheer.
vs. 4Die prikkelen minder 't paard, maar meer de roem.
vs. 3dit punt: deze speer.
vs. 4sijn punt en yser: 't ijzer van zijn speer (gewone zinsvorm bij Vondel).
vs. 2Op reusenborst: op de reuzen; n.l. de Titanen die tegen Jupiter ( Iupijn) opstonden maar door z'n bliksems getroffen, de strijd verloren; salpeter: buskruit (salpeter is een van de bestanddelen ervan).
vs. 4vyands oogen: vyand is hier als eigennaam gevoeld; dergelijke verbindingen heeft Vondel meermalen.
vs. 1geschaerd: gekerfd (met schaarden).
vs. 2op 't vlack: op 't vlakke, open veld.
vs. 4lijven: lichamen (waarmee hij de waterstroom versperde).
vs. 1Bucephal: 't krijgspaard van Alexander de Grote (Bucéphalos: ossekop).
vs. 2Teegh achter Porus her: achter Porus optrok, Porus achtervolgde; Porus, koning in Voor-Indië; teegh voor toog ook door verwarring van tij( g) en: trekken, met tijgen: spreken: vergelijk ons aantijgen).
vs. 3Dit me: dit paard ook; me: mee.
vs. 4Nieupoort: zie Begroetenis blz. 511 vs. 63-vlgg.
vs. 1pulverroock: de kruitdamp; des Hemels torts: 't hemellicht, de zon.
vs. 2't gesagh: de bevelen; op 't ruym: op 't ruime veld, 't slagveld.
vs. 1deughd: krijgshaftigheid (Lat. virtus) ; staet: bestaat, is te vinden.
vs. 3gewassen uyt den sadel: dat gegroeid is in 't zadel.
vs. 4Daer: waar; Jupiter wordt hier voorgesteld als rijdende op z'n arend; gewoonlik wordt hij afgebeeld met de hem toegewijde adelaar (die soms zijn bliksems draagt) naast zich; verg. Warande der Dieren prent 45, Dl. 1 blz. 606 en prent 96, Dl. 1 blz. 708; woed: in de strijd voortstormt.
|
|