auteur: Joost van den Vondel
editeur: Leo Simons, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn, H.W.E. Moller en J.F.M. Sterck
bron: J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn. en L. Simons (eds), De werken van Vondel. Tweede deel 1620-1627. De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1929
verantwoording
inhoudsopgave
doorzoek de hele tekst
downloads

|
|
| |
Wellekomst aen den edelen gestrengen Heer Constantyn Huygens, Ridder ende geheymschryver van den doorluchtighsten prince van Oranje.aant.*
Orpheus, die na'et schemerduysteren vs. 1
Linden naer uw' luyt doet luysteren: 2
Orpheus, die het Haeghsche woud
Met uw' snaeren onderhoud:
5
Orpheus, wien de Nymph een' krans breyd,
T'elckens wen ghy 't hof ten dans leyd:
Orpheus in 't beschaduwt groen,
Daer de jufferen om woên: 8
| | | |
Orpheus, dien veele harten trouwen
10
In den drang van eedle vrouwen: vs. 9-10
Orpheus, die den Teems en Golf 11
In de vrolyckheyd bedolf:
Orpheus op wiens huppelvingeren 13
Prins en koningen verslingeren: 14
Dien Britanjen ridder wyd: 16
Orpheus, die myn dichtens yver
Dickwils lockte naer den vyver:
Orpheus aen den silvren stroom,
20
Onder den Oranjeboom: 17-20
Orpheus hier en Orpheus ginder,
Altyd meerder, nimmer minder:
Orpheus, op wiens heylge veêl
Juycht dit hooghgemelt toonneel: 24
25
Orpheus weerd met hemelsche engelen 25
Stem en senuwklanck te mengelen: 26
Orpheus stronck van ridderstam: 27
Welkom welkom t'Amsterdam.
|
*Van 1627. Afgedrukt naar Vondel's handschrift (Universiteitsbibliotheek te Amsterdam, verzameling Diedrichs), zie hieryoor blz. 14, 15. Huygens was verloofd met Susanne van Baerle, dochter van de hoogleraar Van Baerle (Barleus) te Amsterdam. Bij een van zijn bezoeken aan zijn aanstaande bruid, in Januarie 1627, woonde hij de opvoering bij van Hooft's Warenar in Coster's Akademie. Vondel verwelkomde toen Huygens met dit gedicht, dat blijkbaar op 't toneel werd voorgedragen, zoals Huygens zelf meedeelt in zijn antwoord aan Vondel (zie aant. achterin).
vs. 1Van Orpheus de bekende lierspeler uit de Griekse mythologie wordt verhaald, dat bomen en dieren naar zijn luit- of lierspel kwamen luisteren; Huygens wordt hier de Haagse Orpheus genoemd.
2Linden: Huygens had in zijn Batava Tempe: Voorhout, zijn geliefde ‘Linde-ly’ bezongen.
8Om wie de jufferen branden van liefde.
vs. 9-10Die veel edele vrouwen in hun hart begeren te trouwen, trouw beloven; In den drang van: in de dichte menigte, in de grote schaar.
11Teems en Golf: slaat op Huygens' reizen als sekretaris van 'n gezantschap naar Engeland en (de Golf van) Venetië.
13huppelvingeren: huppelende vingeren; Huygens was 'n zeer bekwaam musicus; toen hij in 1618 Engeland bezocht, speelde hij voor koning Jakob I op de luit.
14Prins: Frederik Hendrik.
16Op z'n derde reis naar Engeland (1621-1622) werd hij door Jakob I tot ridder geslagen
17-20Die mijn dichtijver dikwels naar de Haagse hofvijver hebt gelokt; op uw voorbeeld heb ik 't Oranje-huis bezongen, dat aan de hofvijver gevestigd is. Vondel doelt hier op z'n eigen lofliederen op 't Oranje-huis, en vooral op 't Oranje May-lied (zie blz. 762), waarin hij 'n ideale wereld in 'n idillies landschap schilderde.
24hooghgemelt toonneel: hooggeroemd toneel van de Akademie, waar Huygens tegenwoordig was.
26senuwklanck: snarespel.
27stronck van ridderstam: stam van 'n riddergeslacht (Huygens is de eerste ridder in z'n geslacht; zie vs. 16).
|
|