De werken van Vondel. Deel 3. 1627-1640


auteur: Joost van den Vondel


editeur: Leo Simons, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn, H.W.E. Moller, J.F.M. Sterck en C.G.N. de Vooys


bron: J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller, C.G.N. de Vooys, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn. en L. Simons (eds), De werken van Vondel. Derde deel 1627-1640. De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1929  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 371]

Op den Heere Hvigh de Groot,aant.*

namaals Gezant der kroone van Svveden, by den Allerchristelijcksten Koninck.

 
Het Hollandsch licht werd dus van Mierevelds pinceel
 
Ghevolleght, doen het gaf sijn schijnssel op 't panneel;vs. 2
 
Doch niet ghelijck dit blinckt op 't helderst voor elcks oogen,
 
Maer met een dunne wolck van sterflijckheid betogen.4
5
Om Duitsch te spreken, dit 's die fenix, Huigh de Groot,5
 
Wiens groote gheest verlicht den gantsen weereldkloot.
 
Wat vraegh ick wat Cefis of Delfis eertijds seide?7
 
Een Delfsch orakel spreeckt meer wijsheids als die beide.8