auteur: Joost van den Vondel
editeur: Leo Simons, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn, H.W.E. Moller, J.F.M. Sterck en C.G.N. de Vooys
bron:
J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller, C.G.N. de Vooys, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn. en L. Simons (eds), De werken van Vondel. Derde deel 1627-1640. De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1929
verantwoording
inhoudsopgave
doorzoek de hele tekst
downloads

|
|
| |
| | | |
Lyckklaght over Ernest Kazimiraant.*
Graef van Nassau, Stadhouder van Vriesland, &c.
Syn traenen kleen bewijs van grooten rouwe,
Soo staeck misbaer, medoogende gemeent,
En treur, gelijck die troosteloose vrouwe, vs. 3
Dat marmerbeeld, 't welck stom, niet sucht nocht steent.
5
Het leeft nochtans, maer 't hart dat is gesloten
Van 't bittre wee, van al te strengen nood.
De geest bewelt sit vast, en kan niet vloten: 7
En naulicks scheelt hier 't leven van de dood.
Aleveneens sat Andromach beneepen, 9
10
Doen sy helaes! de leyde maere ontfing: 10
Doen Trojes vest het lijck door 't stof sagh sleepen, 11
En 't kermen boven alle daecken ging.
Bedrieghlijck lot des oorlooghs, wy beloofden
Ons selven vast laurieren na'et belegh 14
15
Van 's vyands steên; en ah! ghy treft de Hoofden
Des volcks, en rucktse in hun triomfen wech. 16
Triomfen, neen, bedroefde nederlaegen,
En schipbreuck, die gaet strijcken met de winst. 18
De blyschap word verdruckt door 't jammerklaegen.
20
't Gequetste breyn weeght meest, de zege minst. 20
Waer is de deughd, die alle lemmers wette? 21
| | | |
Hoe blaeckt sijn oogh nu niet van 't gloeyend vier,
Gelijck het deed, doen hy den helm opsette?
Hoe ongelijck is dees nu Kazimir? 24
25
Die Kazimir, die flus soo braef te paerde 25
Noch draefde met den vluggen hoef in 't zand:
En eyschte fier met schitterenden swaerde
Den sleutel van het strijdbre Gelderland. 28
Die heldenbaeck, die d'uyterste gevaeren 29
30
Was doorgesolt met onverschrocken moed. 30
Hoe sienwe nu de grijsheyd sijner hayren
Geverwt, geklist van sijn doorluchtigh bloed? 32
Nu sal hy meer geen swarte Spanjerds jaegen 33
In 't vlacke veld. nu sal hy stad nocht slot
35
Nocht schanssen meer bestormen, en belaegen,
Of dondren met kortouwen als een God. 36
Hy sal voortaen de Veluw niet meer vegen,
Nocht 't woeste schuym en 't bruysen van dien vloed
Des dwingelands op sijnen staelen degen
40
Afstuyten trots, en setten voet by voet. 40
De Hemel wil dees dapperheden kroonen 41
Met eeuwigh heyl, terwijl wy onvermoeyt
Die danckbaerlijck erkennen in sijn soonen,
Twee rancken daer des vaders aerd in bloeyt.
T' Amsterdam, Voor Gerrit Iansz, Boeckverkooper, woonende op den hoeck van de Doele-straet, in den witten Engel. 1632.
|
*Van 1632. Afgedrukt volgens de eerste uitgave in plano (hg. 269 mM., br. 147 mM.). T' Amsterdam, Voor Gerrit Iansz, Boeckverkooper, woonende op den hoeck van de Doele-straet, in den witten Engel. 1632. Unger: Bibliographie, nr. 207.
Graaf Ernst Casimir, stadhouder van Friesland, werd bij het beleg van Roermond door een musketkogel in het hoofd dodelik getroffen (5 Junie 1632).
vs. 3die troosteloose vrouwe: Niobe, die, haar kinderen betreurende, in steen veranderde.
7bewelt: overstelpt (oorspr.: onder drijfzand bedolven; Ned. Wdb. II, 2403); vloten: los raken.
9Andromach: Andromache, de vrouw van Hektor.
11het lijck: van Hektor, gedood door Achilles, die het lijk driemaal om de muren van de stad sleepte.
18En een ramp, die veel zwaarder weegt dan de triomf.
20Het feit dat de aanvoerder door een kogel getroffen werd weegt voor ons zwaarder dan het besef, overwonnen te hebben.
21deughd: dapperheid; lemmers: zwaarden ( lemmer, bijvorm van lemmet is eigenlik het snijdende gedeelte).
24Vondel dacht bij dit vers aan het bekende ‘Quantum mutatus ab illo Hectore ( Aeneïs II, vs. 274; vgl. Kalff: Bronnen van Vondels werken in Oud-Holland XII).
25flus: kort te voren; braef: dapper.
28Gelderland: bedoeld is, het oude Gelre, waartoe de vesting Roermond de toegang verleende.
29heldenbaeck: voorbeeld (wegwijzer) voor alle helden.
30Was doorgesolt: had doorworsteld.
32geklist van: samengekleefd door.
36kortouwen: geschut; als een God: als de dondergod Jupiter.
40setten voet by voet: hem van nabij trotseren.
|
|