auteur: Joost van den Vondel
editeur: Leo Simons, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn, H.W.E. Moller, J.F.M. Sterck en C.G.N. de Vooys
bron:
J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller, C.G.N. de Vooys, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn. en L. Simons (eds), De werken van Vondel. Derde deel 1627-1640. De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1929
verantwoording
inhoudsopgave
doorzoek de hele tekst
downloads

|
|
| | | | | |
Gedachtenis van Geurt Diedriks van Beuningen,aant.*
Raedt en Burgemeester van Amsterdam.
Gestelt ten dienste van zijnen Neve, Daniel Mostert,
Secretaris der selve Stede.
Toen Beuningen het sieckbet hiel,
En d'oude en afgeslaafde siel vs. 2
Het swacke lichaam wou begeven,
En suchte naar het eeuwigh leven;
5
Verscheen voor hem, en wel te ty, 5
De droeve Maaght van 't seilrijck Y,
Haar pruick, vermast van gout en steenen, 7
Die blonck door 't swarte lamper heenen. 8
Sy steende, en sprack voor 't steenend bedt: 9
10
O Diedricks soon, soo ghy my redt,
Soo is 'er hoop. mijn Staat wort krancker.
| | | |
De burgertwist vreet in, als kancker.
Mijn goude vryheit in de klem,
Die hangt aan 't stijven van een stem. 14
15
Ick heb veel Raden, luttel vaders. 15
Toen sloegh sijn hart, en al sijn aders
Van schrick, en vaderlijcke vrees;
En hy verpijnde sich, en rees 18
Al hijgende op, en liet den wagen
20
De krancke leên op 't Raathuis dragen;
Soo uitgemergelt en gemat:
Niet eens beducht, of schockend radt
Of winterlucht sijn tijt moght korten,
En op een nieuw hem in doen storten.
25
De wederspannigheit vernam 25
Den geest, die uit den grave quam: 26
Een voorspoock, dat haar afgang spelde. 27
Men denck hoe 't bitter hart ontstelde.
De flaauwe vroetschap scheen verlicht, 29
30
Alleen door Beuningens gesicht,
En stemde 't eerlickst met malkandren. 31
Soo kon een stem de kans verandren:
Soo leeft een grijs en rijp verstandt
Een oogenblick voor 't vaderlandt; 33-34
35
Na lange moeite, en veele jaren.
Godt wil sijn bloet en Mostert sparen. 36
|
TEKSTKRITIEK: vs. 9. De uitgave van 1644 heeft door; die van 1650 de juiste lezing: voor.
*Van 1633. Afgedrukt volgens de tekst van Vondels Verscheide Gedichten 1644, blz. 211.
Gerrit Dirckz. van Beuningen was in 1627, 28, 30 en 32 burgemeester van Amsterdam. Hij stierf in November 1633. Vondels gedicht, opgedragen aan Daniel Mostaert, die met Van Beuningen's nicht getrouwd was, behelst een herinnering aan het jaar 1628, toen de Burgemeester, hoewel nog ziek en zwak, zich tegen de raad van zijn geneesheer Nicolaas Tulp, naar het Raadhuis liet rijden, omdat beslist moest worden ‘of dat deel der Vroedschap, 't welk de zaken, ontrent het stuk van de Godsdienst, tot matigheit zogt te beleiden, zou konnen boven drijven’ (A.). Zo ‘hielp hy met zijn eene stem de zaak, daar 't om te doen was, doordrijven’ (A.).
vs. 2afgeslaafde: afgematte.
5wel te ty: op het juiste ogenblik.
8lamper: floers, dus: rouwsluier.
9voor 't steenend bedt: terwijl ook de zieke kreunde van pijn.
TEKSTKRITIEK: vs. 19, de oude uitgave (ook die van 1650) heeft achter dit vers een dubbelpunt.
14hangt aen 't stijven: hangt af van de steun.
15Niet al mijn regenten hebben vaderlike zorg voor 't gemenebest.
18verpijnde sich: spande zijn uiterste krachten in.
25De wederspannigheit: de oppositie, de tegenpartij.
26‘De Heer Reinier Paau hem ziende in den Raadt komen, zeide toen tegens iemant: Het schijnt dat de dooden uit den grave opstaan om mij tegen te zijn’ (A.).
27voorspoock: voorteken; afgang: nederlaag.
29flaauwe: die de moed begon op te geven,
31En nam gezamenlik het besluit, dat hun tot eer strekt.
33-34Deze regels zijn niet heel duidelijk. De bedoeling zal zijn: Zo kan één man met wijs inzicht in een beslissend ogenblik de doorslag geven, tot heil van het vaderland.
36wil: moge; sijn bloet: zijn familie; hier waarschijnlik vooral Mostert's vrouw.
|
|