De werken van Vondel. Deel 4. 1640-1645


auteur: Joost van den Vondel


editeur: Leo Simons, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn, H.W.E. Moller, J.F.M. Sterck en C.G.N. de Vooys


bron: J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller, C.G.N. de Vooys, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn. en L. Simons (eds), De werken van Vondel. Vierde deel 1640-1645. De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1930


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Op Kasper van Baarle,aant.*

Professor der Philosophie, door Sandrart geschildert.

 
Zoo zien wy Baarle noch, als 't lichaam leit vergaan,
 
Doch niet sijn wackre geest; belust, als Klaudiaan,vs. 2
 
En Aristoteles, met onvermoeide schachten,3
 
Op maat en zonder maat, de laaghte te verachten.4
5
Augustus eeuw komt zelf beluistren zijnen geest,
 
Het zy hy vaarzen dicht, of goude lessen leest.6
[p. 212]



illustratie

Joachim Sandrart, naar de prent van R. Collin