auteur: Joost van den Vondel
editeur: Leo Simons, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn, H.W.E. Moller, J.F.M. Sterck en C.G.N. de Vooys
bron:
J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller, C.G.N. de Vooys, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn. en L. Simons (eds), De werken van Vondel. Vierde deel 1640-1645. De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1930
verantwoording
inhoudsopgave
doorzoek de hele tekst
downloads

|
|
| |
| | | |
Op de Zangkvnst van den Heere Joan Albert Ban.aant.aant.*
Ay Ban; nu zegh my toch wat is 't?
Wat is 't? (ay zegh, ik zal u danken)
Dat ghy, in 't barnen van dien twist
En stryt van ongelyke klanken, vs. 3-4
5
My hooren laet dien lieven pais
Der Engelen, in Godts pallais?
My dunkt, ik hoor, in eene wolk,
Het paradys vol nachtegalen.
Hoe schiet dat schoongevedert volk
10
My in het oor zoo blyde stralen 10
Van toonen! kinders gunt my stilt. 11
Wie streelt myn hart? och Ban, het smilt.
Is nu de Blink in Thabors schyn, 13
En Godts Iordaen te zien in 't Spaeren?
15
Daer Iesus zangers bezigh zyn
Met galm van wint, en hemelsnaren. 16
Wie blaest dien galm? wie streelt die snaer,
Dan hoogh, dan laegh, dan middelbaer? 18
Ghy sult (zoo Haerlem, naer den Nyl, 19
20
Zich quyten gaet, voor 't zaligh teeken) 20
Met zulk een vyl en Englestyl 21
De Damiaetsche keten breeken.
Wat maekt de zaegh voor Haerlems boegh? 23
Een keel vol org'len is genoegh.
|
*Van 1642. Afgedrukt volgens de tekst in Zangh-Bloemzel | Van | Ioan Albert Ban | Haerlemmer | Dat is, | Staeltjes van den zinroerenden zangh; | Met dry stemmen, En den Gemeene-Grondstem. | Neffens een kort Zangh-bericht, | Ten dienste van alle Vaderlandtsche Zangh-lievers. | Boovezangh. | t'Amsterdam, by Paulus Matthijsz. | Voor Louys Elzevier op 't Water, inden Olm-Boom 1642. Unger: Bibliographie, blz. 172. - Het gedicht komt voor op de keerzijde van blad **. - Joan Albert Ban (geb. 1597 of 1598 te Haarlem, gest. 1644) werd in 1626 apostolies pronotaris, in 1628 kanunnik van het Haarlems kapittel en in 1630 pater van het grote Begijnhof. Als musicus en componist maakte hij deel uit van de Muiderkring: hij zette o.a. verscheiden gedichten van Hooft op muziek (vgl. Jonckbloet en Land: Correspondance et oeuvre musicales de C. Huygens, blz. XXXVI-CXLV).
vs. 3-4In het dooreenwoelen ( barnen: branden) van onderscheiden klanken, die met elkaar schijnen te strijden.
11kinders schijnt terug te slaan op Engelen in vs. 6.
13de Blink: de Blinkert, het bekende duin dicht bij Haarlem, Ban's woonplaats; in Thabors schyn: in de gedaante van de gewijde berg Thabor; als 't ware een Thabor geworden.
16galm van wint: orgeltonen.
18middelbaer: van gemiddelde toonhoogte.
19Zinspeling op Haarlems deelneming aan de kruistocht naar Damiate; zoo: evenals.
20Zich quyten: zijn heilige taak vervullen; 't zaligh teeken: het Kruis.
21zulk een vyl: evenals de vijl een keten kan verbreken, zo zal de muziek van Ban in Haarlem zich baanbreken; Englestyl: zangwijze als van engelen.
23Wat behoeft men een zaag om zich toegang te verschaffen in Haarlem?
|
|