VAN 1647. AFGEDRUKT NAAR DE TEKST VAN DE eerste uitgave (t'Amsterdam, Gedruckt by Jacob Lescaille. Voor Abraham de Wees, Boeckverkooper op den Middeldam, in 't nieuwe Testament, in 't jaer 1647), waarvan het titelblad hiervoor typografies is nagevolgd. Unger: Bibliographie, nr. 444.
Het Latijnse titel-motto betekent: Vrede is het hoogste goed.
MYN HEER,
1 Dichters zijn niet deurgaens zulcke ongeluckige Waerzeggers, of menr. 1 2 ziet zomtijts, oock buiten alle hope, gebeuren het geen zy een goede wijl te 3 vore spelden. Dat getuight ons de profecy des Stroomgodts van de Maze,3 4 die, eenige jaren geleden, den Hollanderen dit voorzong:
9 Dees vrolijcke dagh, dees gouden dagh is ten lange leste eens opgegaen. 10 Wy hooren de zilvere vredetrompet den VREDE inblazen. Wy beleven het10 11 geenwe naulix gelooven, namelijck het gewenschte einde des eeuwigen 12 oorlooghs, die den ganschen weereltkloot met zich omtrock, en in een12 13 gedurige bloetkoortse en onruste hielt. Prins VREDERYCK HENRICK heeft13 14 zijnen naem met de daet, en alle zijne oorlooghstriomfen, en laurieren met14 15 eenen eenigen Vredetriomf, en den gezegenden olijftack gekroont, en ons 16 den Vrede, zijnen lesten adem, tot een geluckigh testament nagelaten. Hier-16 17 om magh de Hollantsche Melcker, in de schaduwe des beukebooms gedoken,17 18 den hemel en hem wel ter eere zingen:
25 Wy mosten dan mede op het spoor van Virgilius (die in 't geruste bezit van 26 zijn hoeve en lantgoet herstelt, Augustus aldus met Herderszangen eerde)26 27 den Hoogen mogenden Heeren Staten, d'assche van den Nassauschen27 28 Vredehelt, uit Keizerlijcken stamme, WILLEM, zijnen eenigen zone, Prince 29 van Oranje, en onze Burgemeesteren, die getrouwe Vredevaderen, dit 30 Lantspel toespelen, het welck wy uwe E. opdragen, die een rechtschapen30-31 31 Neêrlanders aert, uit den bloeienden welstant der Nederlanderen niet dan 32 blyschap kunt scheppen, en wiens onbloedigh ampt eigentlijck bestaet in32 33 Vrede tusschen drie en vier Kroonen aen te voeden en t'onderhouden, en33 34 Koningkrijcken door zachte zijde banden van vrientschap en eendraght 35 onderling te verbinden. Heerlijcke pallaizen zijn zelfs Koningen en hun35 36 Gezanten en Agenten zoo aengenaem niet, of het lust hun zomtijts, ten36 37 platten lande, by simpele herders en ackerluiden, zich te vermeiden, en37 38 hoffelijcke grootsheit en pracht voor kleenheit en eenvouwigheit te ver-38 39 wisselen. Ghy naemt, om u zomtijts van gewightige bekommeringen wat 40 t'ontlasten, altijt geenen lust in historischilderyen van Vorsten, Vorstelijcke40 41 personaedjen, en trotse hofgebouwen, maer oock dickwils in kunstige 42 lantschappen, dorpen, en gehuchten, van boeren en herderen bewoont; 43 en zaeght 'er met genoegen zelfs de Goden uit den hemel, in de gedaente 44 van sterflijcke menschen, den stockouden Filemon en Baucis, onder hun 45 rieten dack vergasten, hun schamele hut in eenen rijcken tempel, hen beide45 46 in boomen veranderen. Hierom durven wy den Heer Agent te vrypostiger46 47 ditmael aen den boerendisch noodigen, op natuurlijck veltgewas, in teene 48 korfkens, houte nappen, en aerdewerck aengerecht. Uwe goetrontheit en48 49 rustigheit zal ons open hart aenzien, dat zich en anderen, op dit gezegende49 50 vredefeest wenscht, uit danckbaerheit voor zulck een onuitsprekelijcke
51 deught en hemelsche weldaet, te verquicken, en in het groen spelen te voeren,51 52 zonder gal, zonder erghwaen, zonder de helderheit van dien schoonen zomer-52 53 schen zonneschijn, en dat zuivere hemelblaeuw met een allerminste neveltje 54 te rimpelen en misverwen. Honighbyen zullen uit deze bloemen niet dan54 55 honigh en nekter zuigen. Indien by ongeval een spinnekop hier venijn uit55 56 trecke; het komt by haren aert, niet by de bloem toe. De Voorredenaer zal het56 57 wit van dit werck ontvouwen. Wie hier te diep in verzinckt, en neuswijs, in57 58 alle personaedjen vaerzen en woorden, geheimenissen zoeckt, zalze 'r niet58 59 visschen. Wy hebben slechts eenige verwen en geuren, die ons voornemen 60 dienen konden, uitgezocht, en onder een gemengt, en het beloop van oorloge 61 en vredehandel aldus in het klein ten ruighsten ontworpen, om alle hatelijck-61-62 62 heit te schuwen; anders had men de bloem van deze verzieringe netter op de 63 zaeck zelf konnen passen. D'aeloutheit getuight nergens dat de Heidenen63 64 Pan, maerwel Diane, menschen opofferden. Evenwel brengen wy Pan op het 65 tooneel; eensdeels dewijl de veerijckheit der Nederlanden een Veegodtheit 66 vereischt; anderdeels om iet grooters aen te wijzen, 't welk van het Heiden-66 67 dom door dien zeltzamen afgodt uitgebeelt wert. Want die vervloeckte af-67 68 godery, en het menighvouwdigh verdeelen van het enckele en eenige Wezen 69 der Godtheit in ontelbare bygoden, ter zijde gestelt, zoo schilderde Pan haer69 70 wat groots en waerachtighs voor d'oogen. Pan is in het Grieksch AL gezeit,70 71 en de natuurwijze Heidenen wouden door zijn beelt de geheele Natuur, of71 72 liever de Godtheit, die zich in alle schepselen uitstort, uitbeelden. Zijn boven- 73 ste deel vertoont den hemel; zijn onderlijf en ruige bocksvoeten, het aert- 74 rijck met zijn ruighte, en bosschaedjen, en boomen, en steenklippen. De74 75 roode troni betekent het vier, dat om hooge zweeft: de horens op het75 76 voorhooft, de maen: de lange baert, de zon met hare stralen: de gespickelde 77 huit om het lijf geslagen, de starren: de gekringkelde wichelstock in d'eene77 78 hant, het ronde jaer, 't welck zijn begin aen het einde knoopt: het speel- 79 tuigh van zeven ongelijke fluiten aen een gekleeft, de zeven dwaelstarren79
80 en het goddelijck muzijck der overeenstemmende hemelklooten. Zy wouden80 81 met Pan het zelve zeggen, dat Anchises geest tegens Eneas zeide:81
86 In zulck eenen zin, en niet anders moet men vatten deze woorden van 87 eenen anderen Poeet:87
90 D'allerootmoedighste en wijste Filosoof, die in den derden hemel, ja in90 91 den Paradijze, ter schole voer, pooghde zelf den bygeloovigen Atheneren91 92 den waerachtigen Godt, in wien wy leven en zweven, levendigh in te92-93 93 boezemen door het opschrift van hun eigen altaer, DEN ONBEKENDEN93 94 GODT toegewijdt. Het zal den Agent gelieven onze onnozele tooneelschil-94 95 dery aldus of andersins een luttel te helpen ontschuldigen, nu wy, naer den95 96 aert der weelige Poëzye en hare vryheit, onder de schors van een ver-96-97 97 ziersel, toeleggen, om jeught en burgery by deze gelegenheit vermakelijck 98 te stichten, niemant t'ontstichten, met dit Lantspel, dat niet te plat en98 99 plomp van toon moet vallen, nochte hooger dan zijn behoorlijcke maet99 100 rijzen, en welcks onbebloet tooneel doorgaens vast en stil staet: gelijck100 101 het Spel oock niet bloot behoorde te wezen van gezonde leeringen en101 102 zeden, en die beide van outs her gepreze eigendommen, de Herkennisse102 103 en den Overgangk, hier van zwaricheit en verlegenheit in blyschap en 104 geluck, het welck uwe E. in zijn doorluchtigh Agentschap toegewenscht 105 wort van
106 Uwe E. dienstschuldige
107 JOOST VAN DEN VONDEL.
1 Toen de Leeuwendalers, door vrede en voorspoet verwaent en baldadigr. 1 2 geworden, op de feestspelen van vee-en-jaghtgod Pan de groote lant- 3 maeltijt hielden, gebeurde het datze, al beschoncken, en droncken, van3 4 woorden tot vuisten, en messen quamen. Waerandier, Helt genoemt, om4 5 zijn sterckheit, en vromicheit, een zoon des Woudtgodts; en Duinrijck,5 6 een zoon van Pan, zich midden onder het gevecht werpende, om onheil 7 te verhoeden, en hevigen te scheiden, lieten 'er onnozelijck hun leven.7 8 Woudt- en Veegoden hierom gestoort, plaegden het lantschap, dat sedert8 9 noit rust hadde: want Zuidtzy en Noortzy bleven door haet en nijt ge- 10 deelt, en beschadighden, en quetsten elckandere dagelijcks; de Zuidtzijde10 11 onder Lantskroon; de Noortzijde onder Volckaert, en zijn Medeheem- 12 raden. Godelieve, Waerandiers weduwe, was op haer mans lijck overleden, 13 en had eenen zoon nagelaten, Adelaert genoemt, dien Lantskroon aen- 14 nam, en opvoedde. Vredegunt, Duinrijcks zwangere weduwe, wert ge- 15 dwongen met Kommerijn, wiens man onnozelijck neergeleit was, in duin15 16 te vluchten, gelijck meer andere vrouwen; daerze van een schoone dochter 17 beviel, en op haer verscheiden leggende, Kommerijn, wiens borsten zy17 18 gezogen hadde, haren merckring gaf, en belofte van haer nam, dat ze18 19 het kint, alzoo zy voor vergift vreesde [want men uit boosheit Duinrijcks 20 bloet zocht te vernielen] zoude onbekent op Heemraet Volckaerts werf20 21 te vondeling leggen, en des zelfs herkomste twintigh jaren verbergen. 22 Aldus wert dit kint, met een bloetroos op den arm geboren, in de hage22 23 gevonden, Hageroos hier naer geheeten, en Grooten Vrerick overgelevert,23 24 die het zorghvuldigh opvoedde. Kommerijn uit haer armoetje geschupt,24 25 en hier langer geen heil te gemoet ziende, vertrock naer een vreemt ge-25-26 26 west, daerze zich armelijck en eerlijck beholp. Verscheide voorspoken 27 van aenstaende zwaricheden, en een vreesselijcke staertstar voor haer 28 vertreck opkomende, en de lantzaten dreigende, beweegden hen raet te28 29 vragen by Velleede, Priesterin en Waerzeghster van Pan, die jaerlijcks 30 eenen jongeling, ten gezetten dage wettigh by keur en lot getrocken,30
31 eischte, om tot een zoenoffer der gequetste Godtheit gestelt te werden 32 ten doele des Wildemans, hun van Pan opgezonden: en hoewel men onder-32 33 tusschen dickwils by Velleede om een uitkomst aenhielt; zy troosteze33 34 niet dan met dubbelzinnigh antwoort. Na twintigh jaren keerde Kommerijn, 35 oudt en arm, weder, op het verschijnen van Vredegunt, haer radende den35 36 schuilhoeck der ballingschappe, oock door tweedracht en oproer gesteurt,36 37 te verlaten, en het vaderlant en d'oude buurt te bezoecken, daerze heur 38 geluck zou vinden. Zy quam 'er dan juist ten zelven dage, dat het bloedigh 39 lot op Adelaert viel, en hy na vele moeite ten doele des Wildemans gestelt 40 wert. Hageroos uit minne, en door Adelaerts langdurige gedienstigheit 41 bewogen [te meer, alzoo hy haer, effen te voren op de jaght, des schoffeer-41-42 42 ders handen ontweldighde] boodt zich aen voor hem te sterven; maer 43 Pan verschenen, schutte dien scheut, en schortte het offer, niet zonder een43 44 duistre uitspraeck, waer over d'omstanders verbaest stonden. Kommerijn,44 45 op dit gerucht aenkomende, en hoorende den naem van Vredegunt noemen, 46 geraeckte in gespreck met hun, broght de gelegenheit der geboorte van46 47 Hageroos aen den dagh, en wert voor haer getrouwicheit beloont. Toen 48 zagh men den dagh door het orakel, sloot het huwelijck van Adelaert en48 49 Hageroos, beide uit Ackergoden gesproten; en vereenighde en verzoende 50 in dit paer Zuidtzijde en Noortzijde. Lantskroon kende de Noortzijde van50-51 51 Leeuwendael voor een VRYHEIT op zich zelve. Men verwelkomde en om- 52 helsde malkandere van wederzijde, en hier op ging de bruiloft in.52
53Het tooneel vertoont Leeuwendael. De Rey bestaet uit Leeuwendalers.
KOMMERYN. Vredegunts minnemoeder.r. 1
BLINDE WOUTER. Roeper, en bode.2
ADELAERT. Lantskroons voesterkint.
HAGEROOS. Groote Vrericks voesterkint.
REY VAN LEEUWENDALERS.
HEEREMAN. Heemraet van de Zuidtzijde.6
VOLCKAERT. Heemraet van de Noortzijde.
LANTSKROON. Heerschappen.
VRERICK. Heerschappen.
WARNER. Huismans.10-11
GOVAERT. Huismans.
VELLEEDE. Priesterin en Waerzeggerin van Pan.12
DE WILDEMAN.
PAN. Vee-en-jaghtgodt.