De werken van Vondel. Deel 5. 1645-1656


auteur: Joost van den Vondel


editeur: Leo Simons, C.R. de Klerk, J. Prinsen J.Lzn, H.W.E. Moller, B.H. Molkenboer, J.F.M. Sterck, L.C. Michels, C.G.N. de Vooys, C.C. van de Graft en A.A. Verdenius


bron: J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller, C.G.N. de Vooys, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn., L. Simons, C.C. van de Graft, L.C. Michels en A.A. Verdenius (eds), De werken van Vondel. Vijfde deel 1645-1656. De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1931  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 241]

[Gedichten]

Uyt seker Stam-boeck.aant.*

 
De Kercke die gy blincken siet,
 
Van toets en marmer-steen en gout,vs. 2
 
Dat is de rechte Kercke niet,
 
O neen, Gods Kerck is steen noch hout:
5
Het is al vry een schooner werck,5
 
Dat niemandt met den vinger toont:
 
't Geloovig hart is Jesus Kerck,
 
Daer God door sijnen geest in woont.
 
 
I.V.V.