auteur: Joost van den Vondel
editeur: Leo Simons, C.R. de Klerk, J. Prinsen J.Lzn, H.W.E. Moller, B.H. Molkenboer, J.F.M. Sterck, L.C. Michels, C.G.N. de Vooys, C.C. van de Graft en A.A. Verdenius
bron:
J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller, C.G.N. de Vooys, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn., L. Simons, C.C. van de Graft, L.C. Michels en A.A. Verdenius (eds), De werken van Vondel. Vijfde deel 1645-1656. De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1931
verantwoording
inhoudsopgave
doorzoek de hele tekst
downloads

|
|
| |
| | | |
Op den Burger-twist van Britanje.aant.*
Voor's grooten Caesars aankomst plag
Britanjen onder 't hoog gesach
Van sijne Koningen te staan: vs. 1-3
Nu is het Heeren onderdaan, 4
5
Die 't Landt door onderlingen twist,
En tweedracht jammerlijck gesplist, 6
Vast sleurden, na hun eigen lust: 7
Dies trapte Rome soo gerust 8
De sterckste volken op het hart:
10
Dewijlze, twistich en verwart, 10
Niet stemden voor het algemeen. 11
't Gebeurde zelden, dat twee steên
Of drie verdroegen in hun Raat, 13
Ten oirbaar van den Britschen staat,
15
Die dus krakeelig, hooft voor hooft, 15
Van sijnen welstant bleef berooft.
Zoo dit Britanje noch verstont; 17
Het zach den Koning naar den mondt, 18
En stemden tot der burgren nut: 19
20
Want eendracht is der rijcken stut.
|
*Van 1647. Afgedrukt volgens de tekst van Vondels Poesy 1647 II (beide delen), blz. 81. - Dit gedicht slaat op de politieke twisten die in Engeland losbarstten, toen Karel I, na de nederlaag van Naseby (1645) naar de Schotten gevlucht, door hen aan het Engelse Parlement was uitgeleverd (1647). De geschillen duurden voort, totdat Cromwell in 1648 doortastte.
vs. 1-3Julius Caesar versloeg in 54 v. Chr. de Britse koning Cassivelaunus.
4Heeren: de Puriteinen, gesplitst in twee fel tegenover elkaar staande partijen: de Presbyterianen (met de meerderheid in het Parlement) en de Independenten (met de meerderheid in het leger), die elk de Koning voorwaarden aanboden, waaronder zij hem wilden erkennen. Aldus ging het koninklik gezag te gronde; onderdaan (adj.): onderdanig, ondergeschikt aan.
6gesplist: gesplitst, verdeeld.
8Dies: daarom; in verband te brengen met Dewijl in vs. 10.
10twistich: twistziek; verwart: onderling onenig.
11het algemeen: het algemene welzijn.
13verdroegen: het eens waren, eendrachtig waren.
15krakeelig: tot twist geneigd.
18zach naar den mondt: luisterde naar, schikte zich naar de wil van.
19stemden tot: namen hun besluiten tot.
|
|