De werken van Vondel. Deel 5. 1645-1656


auteur: Joost van den Vondel


editeur: Leo Simons, C.R. de Klerk, J. Prinsen J.Lzn, H.W.E. Moller, B.H. Molkenboer, J.F.M. Sterck, L.C. Michels, C.G.N. de Vooys, C.C. van de Graft en A.A. Verdenius


bron: J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller, C.G.N. de Vooys, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn., L. Simons, C.C. van de Graft, L.C. Michels en A.A. Verdenius (eds), De werken van Vondel. Vijfde deel 1645-1656. De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1931  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 260]

Op den Burger-twist van Britanje.aant.*

 
Voor's grooten Caesars aankomst plag
 
Britanjen onder 't hoog gesach
 
Van sijne Koningen te staan:vs. 1-3
 
Nu is het Heeren onderdaan,4
5
Die 't Landt door onderlingen twist,
 
En tweedracht jammerlijck gesplist,6
 
Vast sleurden, na hun eigen lust:7
 
Dies trapte Rome soo gerust8
 
De sterckste volken op het hart:
10
Dewijlze, twistich en verwart,10
 
Niet stemden voor het algemeen.11
 
't Gebeurde zelden, dat twee steên
 
Of drie verdroegen in hun Raat,13
 
Ten oirbaar van den Britschen staat,
15
Die dus krakeelig, hooft voor hooft,15
 
Van sijnen welstant bleef berooft.
 
Zoo dit Britanje noch verstont;17
 
Het zach den Koning naar den mondt,18
 
En stemden tot der burgren nut:19
20
Want eendracht is der rijcken stut.