auteur: Joost van den Vondel
editeur: Leo Simons, C.R. de Klerk, J. Prinsen J.Lzn, H.W.E. Moller, B.H. Molkenboer, J.F.M. Sterck, L.C. Michels, C.G.N. de Vooys, C.C. van de Graft en A.A. Verdenius
bron:
J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller, C.G.N. de Vooys, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn., L. Simons, C.C. van de Graft, L.C. Michels en A.A. Verdenius (eds), De werken van Vondel. Vijfde deel 1645-1656. De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1931
verantwoording
inhoudsopgave
doorzoek de hele tekst
downloads

|
|
| |
| | | |
Op de afbeeldinge van Marten Harpertsz Tromp,aant.*
Ridder, L. Admirael van Hollant en Westvrieslant, daer hy als Neptunus, op een wagen van zeepaerden wort voortgetrokken.
Zoo hielt de Zeevooght van de Zeven Vrye Landen
Het Roer des Oceaens, en tarte voor ons Strant vs. 2
De Doot, den Donderkloot, den Blixem, en den Brant. 3
Zoo nam de Deught van TROMP, de Vloten op haer tanden. 4
|
*Van 1653. Afgedrukt volgens de tekst onder de door J. Hondius gegraveerde prent van de Zegewagen ter eere van M.H. Tromp ( Unger: Bibliographie, nr. 504). Het opschrift is ontleend aan Poëzy 1682 I, blz. 553.
3den Donderkloot: de kanonskogels.
4Deught: dapperheid; nam op haer tanden: viel krachtig aan. Hetzelfde beeld in Scheepskroon van Jan van Galen. vs. 9 (hiervóór).
|
|