*Van 1654. Afgedrukt volgens de tekst in G. Brandt,
J.V. Vondels Leven, blz. 58, achter diens uitgave van
Poëzy II, 1685, waar het voorkomt in het volgende verband: ‘Onder de Predikanten, die meest hier in [in het “opentlijk op stoel” bestraffen van de
Lucifer namelik] ijverden, was Petrus Wittewrongel, een Zeeuw van geboorte, wel de voornaamste, die daaghelyks den Schouburg met de tooneelspeelen in zyne predikatien overhaalde; die noemende
schoolen der ydelheit, zondige hooghten; overblyfsels van 't Heidendom, aanleidingen tot zonden, godloosheit, onreinigheit, lichtvaardigheit en tydtspillinge. Vondel, met zulke sterke tegenstrevers te doen hebbende, liet den moedt niet vallen: maar paste dit op Wittewrongel,
Trompetter enz....’
Petrus Wittewrongel, geboren te
Middelburg in 1609, sinds 1632 predikant te
Renesse, sinds 1636 te
Zierikzee, en van 31 Julie 1638 tot zijn dood in Desember 1662 te
Amsterdam, behoorde tot de strengste en meest rechtzinnige predikanten, zodat hij en zijn partij herhaaldelik met Burgemeesteren in botsing kwamen. Na Vondel's aanvallen in dit spotrijm en de
Uitvaert en Speelstryt, gaf W. uit zijn
Christelicke Huyshoudingh, Amsterdam 1655 in 8
o, vijf jaar later vermeerderd tot
Oeconomia Christiana ofte Christelicke Huyshoudinghe, Amsterdam, in 4
o, waarin, zo niet alle toneelpoëzie, dan toch de aanschouwelike voorstelling op het toneel veroordeeld werd, en vooral Vondel's
Lucifer het ontgelden moest. Vondel beantwoordde dit met zijn
Tooneelschilt of Pleitrede voor het tooneelrecht (1661) (
Nieuw Ned. Biogr. Wdb.).