auteur: Joost van den Vondel
editeur: Leo Simons, C.R. de Klerk, J. Prinsen J.Lzn, H.W.E. Moller, B.H. Molkenboer, J.F.M. Sterck, L.C. Michels, C.G.N. de Vooys, C.C. van de Graft, J.D. Meerwaldt en A.A. Verdenius
bron:
J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller, C.G.N. de Vooys, C.R. de Klerk, B.H. Molkenboer, J. Prinsen J.Lzn., L. Simons, C.C. van de Graft, L.C. Michels, J.D. Meerwaldt en A.A. Verdenius (eds), De werken van Vondel. Achtste deel 1656-1660. De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1935
verantwoording
inhoudsopgave
doorzoek de hele tekst
downloads

|
|
| |
| | | |
[Gedichten]
Tooneelkrans Voor den Edelen Jongkheere, Nikolaes van Vlooswyk,aant.*
Toen hy de rol van Filedonius of Lusthart, by Doct. Franciscus van den Enden, op 's Wijzemans spreuk, door zijne Latijnisten ten tooneele gevoert, zoo loflijk en stichtig uitbeelde.
MACTE NOVA VIRTUTE, PUER.*
O VLOOSWYCK, die van Bloemwijck naer 't Latijn 1
Uw' naem ontleent, hoe hebt ghy, in den schijn 2
Van Filedoon, ons met Latijnsche vaerzen
Gesticht, daar 't volck in d'overoude laerzen 4
5
U heene en weêr zagh treên op 't hoogh tooneel!
Ghy toonde in 't klein wat Cebes tafereel 6
In 't groot elck leert met maght van personaedjen, 7
Gevoert in 't perck der weerelt, vol stellaedjen, 8
Vol aerdtsch gewoel. men zagh hoe wulpsche Jeught 9
10
Verdwaelt van 't padt en heilzaem spoor der Deught,
| | | |
En endelijck, na doorgestrede elende,
Bereickt dit langgewenscht en zaligh ende,
Waertoe elck van den hemel is geschickt. 13
Hoe heeft uw rol 't aenschouwers hart verquickt,
15
Den geest gesterckt met eedle wieroockreucken
Van leeringen en goddelijcke spreucken!
De Wyzeman, die wulpscheit toomt door vrees 17
En schrick voor 't ende, ons naer den tempel wees
Van uw tooneel, met veelerhande staeten 19
20
Bekleet, daer ghy de weerelt leert verlaeten,
En d'ydelheit, die, als een mist, verdwijnt.
In leerzaem brein, waar 't hemelsch licht verschijnt. 22
Wie vrolijck leert en sticht verdient Godts prijzen. 23
De wijsheit is een zelve, 't onderwijzen 24
25
In middelen verscheiden. Wijsheit spreeckt
In kercke, schoole, en schouburg: hier ontbreeckt
Geen tong, noch spraeck. zy kan oock zwijgend wercken
In 's menschen hart, en preeckt door stomme mercken: 28
Want boeckstaef, verf, en print haer' zin beduit,
30
En beelt voor oogh en brein haer ooghmerck uit. 30
Zy dreigt, en noodt door straffen, en belooning, 31
In schilderye of levende vertooning 32
Van goet en quaet, naer elx verscheiden aert,
Dat dwaelenden te recht brengt en herbaert. 34
35
Zoo moet uw jeugt, gelijck een bloem, opluicken, 35
En 's levens lent tot 's burgers heil gebruicken.
Wie vroegh aldus de slangen worgen kan, 37
Ontwast de schoole, en wort een Staetnut man. 38
|
*Van 1657, mogelik geschreven in '56. - Volgens de tekst in het voorwerk van ‘ Philedonius. Tonneelspel; Slaande op de woorden des Wijzemans: In alle uwe werken gedenk uwe uitersten, en ghy zult in der eeuwigheit niet zondigen. Ten tonneele gebracht op den Doorluchtigen Schouburch van Amsterdam. Door Franciscus van den Enden, Medic. Doct. - t'Amsterdam, Ter Drukkerye van Kornelis de Bruin, Boekdrukker, vooraan in de Nieuwe Lelystraat, in Sonsbeek. Anno 1657.’ Het motto, ontleend aan Aeneis IX, 638, betekent: Geluk met dit eerste bewijs van dapperheid, knaap! Nikolaas van Vlooswyck, zoon van Burgemeester Cornelis van Vlooswyck en Anna van Hoorn, bezocht de Latijnse school van Dr. Franciscus van den Enden, in 1652 op het Singel gesticht en door jongelui uit voorname kringen bezocht. Van den Enden liet door zijn leerlingen in de Stadsschouwburg stukken van Terentius en van zijn eigen hand opvoeren, waarbij de ouders werden uitgenodigd. (Zie voor Vondel's betrekking tot Van den Enden en zijn kring: J.F.M. Sterck: Hoofdstukken over Vondel en zijn kring, blz. 65 vlg.)
*In 't Opschrjft: Wijzeman: Jesus Sirach, Ecclesiasticus in de Vulgata. Bedoeld is VII vs. 40: In omnibus operibus tuis memorare novissima tua, et in aeternum non peccabis, de spreuk vertaald op het titelblad van Philedonius en in het Latijn aangehaald in een ‘Ad Lectorem’ op de tweede bladzij. Dit voorbericht spreekt van een ingeplakt schouwburgprogram, in 't Nederlands gesteld ten gerieve van de toeschouwer, die geen Latijn verstaat. Het biljet meet ongeveer 44 × 31 cM. Het 7e toneel van het eerste bedrijf wordt er als volgt beschreven: ‘De Voorzichtigheit brengt haere raetslieden te voorschijn, den Tijdt, de Doot, het Oordeel, de Hel, de Hemelsche Glorie, en d'Eeuwigheit, die Philedonius onderwijzen.’ De vier gestalten, die optreden tusschen Tijd en Eeuwigheid, zijn de Vier Uitersten.
1Vondel zocht in Vloos het Latijnse flos, d.i. bloem.
4in d'overoude laerzen: in een klassiek gestileerd toneelstuk. Met laerzen zijn de toneellaarzen (cothurnen) van de toneelspelers in de Oudheid bedoeld.
6Cebes: wijsgeer uit Thebe, leerling en vriend van Socrates, schreef ‘Pinax’, een tafereel van het menselik leven, over de toestand der zielen vóór de vereniging met het lichaam, het menselik lot en het scheiden uit de wereld. Het werd o.a. door Spiegel voor zijn Hertspiegel gebruikt en later door David van Hoogstraten in Nederlandse verzen overgebracht. Het opgevoerde stuk, wellicht van de hand van Dr. Van den Enden, was dus een dramatiese bewerking van dit thema.
7maght van: een groot aantal.
8stellaedjen: tonelen; hier: afwisselende taferelen.
9wulpsche: dartele, losbandige (vgl. wulpscheit in vs. 17).
13geschickt: voorbestemd.
17De Wyzeman: Jesus Sirach.
19staeten: standen en gestalten.
22leerzaem: voor leering, bekering vatbaar.
24een zelve: dezelfde; 't onderwijzen ( is) in middelen verscheiden: de opleiding tot wijsheid kiest verschillende middelen.
28stomme mercken: tekens of uitbeeldingen, die het gesproken woord niet behoeven, nl. de boeken ( boeckstaef: letter) en de beeldende kunsten ( verf en print).
30ooghmerck: bedoeling (woordspeling met merck in vs. 28).
31noodt: nodigt uit, trekt aan door beloning.
32levende vertooning: tableau vivant of beeldengroep.
34Dat: wat; herbaert: herboren doet worden.
35moet: moge; opluicken: open gaan, ontluiken.
37slangen worgen: zinspeling op het avontuur van de jonge Hercules.
38Staetnut: nuttig voor de staatsgemeenschap.
|
|