1264-65Achitofel zette Absolon aan tot de misdaad; nu treft hem een gelijke straf.
1268De vaderslaghtige: de vadermoordenaar, d.w.z. die zijn vader had willen vermoorden. is de klem kwijt: heeft het vermogen om vast te houden, om door te zetten, verloren (schippersuitdrukking; zie Ned. Wdb. VII, 3842).
1270verlegentheit: ontsteltenis (vgl. vs. 1249 en 1273).
1273geheimste raet: vertrouwdste raadsman; aen den hals verlegen: in angst om het leven te verliezen (vgl. Ned. Wdb. V, 1653 vlg., waar deze uitdrukking ontbreekt.
1274dit krijghspleit: de beslissing van deze strijd; draeit op: hangt af van.
1275't overigh gewelt: de strijdmacht waarover hij nog de beschikking heeft.
1345-47Ik zou licht geneigd zijn. de nabuurschap te doen overgaan in bloedverwantschap; geraeckt dees huistwist eens in stilten: als deze twist in het koninklik huis eens tot bedaren komt.