1429't loopt gevaer: er dreigt gevaar; een onkundige: iemand die van mijn bevel niet af wist (in tegenstelling met een welweetende, vs. 1430); onbedocht: onnadenkend.
1431bereden van: bezield door (bereden en bezeten oorspr.: door boze geesten gedreven).
1432uit den aêm: buiten adem; toegekreten: toegeroepen (door de bode).
1435Gewaerdighme: sta mij toe; knien: eensilbig te lezen.
1509Vondel denkt hier aan een verhaal uit Richteren (hoofdstuk 19 en 20), zie David in Ballingschap, vs. 987; door te houwen: stuk te hakken; met een drift: ijverig, haastig, spoedig(?) De uitdrukking ontbreekt in het Ned. Wdb., waar wel op één plaats de betekenis haast ondersteld wordt (III, 3331).
1511Absolute constructie: wanneer de hoofdaanvoerder gedood is.
1650behoudenis: behoud, redding; dus avrechts opgevat: zo verkeerd opgenomen, d.w.z. als een oorzaak van leed, een verkeerde rou (vs. 1651), in plaats van oorzaak van vreugde.
1740Hem zijn verdiende loon te geven. Zinspeling op de zegswijze: ‘iemand met dezelfde maat inmeten als waarmede hij uitmeet’ (inmeten: meten bij de inkoop; Ned. Wdb. VI, 1805).