terug  begin  verder
[p. 245]



illustratie
Scriverius, gravure van I. v. Velde naar de schilderij van Frans Hals

[p. 246]

Ter begraefenisse Van den hooghgeleerden heere, Peter Schryver.aant.*

HOC VIRTVTIS OPVS.

 
Nu rust de blintgeleefde SCHRYVER,1
 
Wiens onuitbluschbre letteryver2
 
Ons naliet maetloos schrift, en dicht,3
 
Daer 's mans vernuft en geest uit licht.
5
Nu rust de vader, die de Muizen,
 
De zanggodinnen, aen 't verhuizen5-6
 
Uit Griecken, in verlaten schijn,7
 
Ontfing te Leiden aen den Rijn,
 
En welkomde op zijne eige kosten.9
10
Dat schrijf met gout vry op de posten
 
Van zijne poorte. wat noch meer?
 
Nu rust de ronde oprechte heer,12
 
Die Hoogerbeetsen, Barnevelden,
 
En Grooten, Hollants grootste helden,
15
  Toen al de weerelt hen verliet,
 
Vervloeckte, en met de voeten stiet,
 
In hunnen kercker dorst bezoecken,
 
En spreecken, onder schijn van boecken,18
 
Waerin zy lazen, versch gedruckt,19
20
  Wat valsche rechters, helsch verruckt
 
Van gout en staetzucht, daeghlijx brouden,20-21
 
Om 't leeushof by den toom te houden,22
 
In eene ondraeghbre slaverny.
[p. 247]
 
Wat postschrift past hier nu noch by?24
25
Hier leefde, die, in scherpe tijden,25
 
Helt Hoogerbeets in plaet durf snijden,26
 
En kraeien op zijn boet en ban:27
 
Waer blijft de kroon van zulck een' man?28
 
Dat klonck by heeren, en gezanten.
30
Nu sny 's helts lof met diamanten
 
Op kristalijn, waeruit elck frisch31
 
Het hart, tot zijn gedachtenis,
 
Noch rustigh, hem ten prijs, magh laven,33
 
Die 's Gravenhaege met zijn graven
35
  Vereerde, en toonde wie zoo vroegh34-35
 
Den nacht des Heidendoms verjoegh.36
 
Zoo werde 't lijck des mans gezoncken.37
 
De zerck magh met dit wapen proncken.38
 
 
 
J.v. Vondel.

t'Amsterdam, voor de Weduwe van Abraham de Wees, 1660.

*Van 1660. - Volgens de tekst van de uitgave in plano (Unger no. 601). Het motto, ontleend aan Aeneis X, 468, betekent: dit is het werk der deugd.
Pieter Hendricksz. Schryver, alias Petrus Scriverius, werd geboren te Haarlem (12 Jan. 1576), leefde ambteloos te Leiden en stierf 30 April 1660 te Oudewater. Vgl. deel 2, blz. 759.
1blintgeleefde: die na een lang leven de ogen gesloten heeft(?) Van een mogelike blindheid van Scriverius wordt nergens melding gemaakt.
2letteryver: ijver voor de wetenschap.
3maetloos schrift: proza.
5-6Het rijm Muizen: verhuizen wijst m.i. op een u-uitspraak van de ui.
7in verlaten schijn: in hun toestand van verlatenheid.
9op zijne eige kosten: het dichten kwam hem op een grote boete te staan.
12ronde oprechte: openhartige, rechtschapene.
18onder schijn van boecken: Scriverius had hun drukproeven gezonden met gedichten van Janus Secundus, waartussen heimelik, in verzen, allerlei nieuws ingevoegd was.
19versch: kort te voren.
20-21helsch verruckt van: schandelik meegesleept, verleid door; gout(zucht) en staetzucht: hebzucht en heerszucht.
22't leeushof: synoniem van Leeuwendael, het gebied van de Hollandse leeuw, de Republiek; by den toom te houden: onder hun leiding te houden.
24postschrift: opschrift op de post (vgl. vs. 10). De volgende verzen vermelden dus het opschrift dat V. hem toedacht.
25scherpe tijden: tijden van heftige burgertwist.
26Vgl. vs. 9. Feitelik had Schryver het portret van Hoogerbeets in kopergravure met een bijschrift uitgegeven.
27En luide durfde uitroepen, op straffe van vonnis en boete.
28Met deze vraag eindigde Scriverius' Latijnse bijschrift.
31Op kristalijn: op een roemer gegraveerd, naar zeventiende-eeuwse gewoonte.
33rustigh: met een kloeke dronk.
34-35Scriverius is de schrijver van de Origines Hollandiae et Vestfrisiae (Haarlem 1650), dat met een bijvoegsel uit de Batavia Illustrata vertaald is als Beschrijvinge van al de graven van Holland, Zeeland en Vriesland, enz. (1665-1669).
36d.w.z. het Christendom hier te lande vestigde.
37werde: moge worden: gezoncken: in het graf neergelaten.
38dit wapen: dit eerbewijs.
terug  begin  verder