t'Amsterdam, voor de weduwe van Abraham de Wees, op den Middeldam. 1660.
*Van 1660. - Volgens de tekst van de uitgave in plano (Unger no. 602). Het motto, ontleend aan Aeneïs I, 3 betekent: hij werd menigmaal ter zee en te land heen en weer geslingerd.
Zie over deze schilderij: Dr. Harry Schmidt, Jurgen Ovens, Kiel [1922], blz. 197 en 279.
Nadat Engeland 8 Mei 1660 Karel Stuart tot koning had uitgeroepen, ruimden onze Staten het huis van Johan Maurits te 's-Gravenhage (het tegenwoordige Mauritshuis) voor hem in. Hier kwamen de Engelse afgevaardigden de koning huldigen. Johan Maurits placht sedert te zeggen: ‘In mijn huis is Karel II koning geworden’. Om een aandenken aan deze eer te hebben - de Staten waren gastheer, niet Johan Maurits - liet deze de koning door Ovens schilderen (Zie L. Driesen, Leben des Fürsten Johann Moritz van Nassau-Siegen, Berlin 1849. blz. 233-234). Dit moet in Mei gebeurd zijn, want 26 Mei landde Karel II te Dover.
4-5Van Lennep merkte op, dat deze verzen overeenkomen met de Declaratie van Karel, gedagtekend Breda, 21 April 1660. Zie De Gedenckwaerdige Historie van Karel de II, verciert met de Hollandtsche Lauwerkrans, gevlochten van de voornaemste Hollantsche Poëten (Amsterdam, 1660, blz. 149); het wettigh erf te kleên: de heerschappij over het rijk, dat hem wettig toekwam, te aanvaarden.
6-8't lijck des Vaders .... Het graf te wijden: aan het ontwijde lijk een eervolle begrafenis te bezorgen(?); verwaten: op vloekwaardige wijze; van: door; rouw: smart.