terug  begin  verder
[p. 263]

Op de marmere Pallas Van den doorluchtighsten Vorst en heere Joan Mauritius,
Prince van Nassau &c. Stadthouder te Kleef &c.aant.*

Armipotens belli praeses, Tritonia virgo.

 
De Wijsheit, trots op haer rechtvaerdigh wapen,1
 
Niet uit het brein geklonken van Jupijn,2
 
Maer uit het hooft van Fidias Quellijn,3
 
Vertoont zich hier door geest en kunst herschapen.
5
Zy hoeft geensins te zwichten voor aelouwen,5
 
Schoon Grieken roemt op zijn beelthouwers hant,6
 
En eeuwen lang de kroon der godtheên spant,7
 
Uit marmersteen, de Nijt ten trots, gehouwen.8
 
De kunsten staen aen eeu noch tijt gebonden.
10
  Vernuften gaen en komen op hunn' tijt.10
 
Het voor of na brengt lof aen, noch verwijt.11
 
De jongste vint wel dat geene outsten vonden.12
 
Natuur bestelt alle eeuwen elk haer voorbeelt.13
 
Vernuft bootseert haer hant en omtrek na.
15
  Men schat de kunst, die hangt aen vroegh noch spa.
 
Het werkstuk wort naer 't wezen zelf geoordeelt.16
 
Der beelden vondt is ouder dan de Grieken:17
 
Al wort de Griek onsterfelijk geacht,
 
Naerdien hy 't beelt in top van eere bragt,
[p. 264]
20
Gelijk de Faem dit omvoert met haer wieken.20
 
Men gunn' deze eer aen Pallasstadt Athenen,
 
Die zoo veel Goôn en helden heeft gebaert,
 
Welx overschot noch heiligh, noch bewaert,23
 
Schoon 't misgebruik der beelden is verdweenen:24
25
Maer Pallasstadt gehenge dat wy mede25
 
Braveeren met dit wonder heilighdom.26
 
Het wezen spreekt, al staen de lippen stom.27
 
Al zwijght de mont, zy leert met haere zede.28
 
MAURITIUS, noit vast aen 't juk der vrouwen,29
30
  Wert noch belust in zijnen ouden dagh,
 
Zoo dra de helt de wijze Pallas zagh,
 
Haer rechte hant uit rechte min te trouwen.32
 
Ons raethuis helpt dit huwelijk voltrekken,33
 
En voert den Vorst de heldenwijsheit t'huis,34
35
  Met Aemstels schilt, het heerlijk wapenkruis,35
 
Om tot cieraet van 's Vorsten bron te strekken:
 
Daer buiten Kleef hy zoo veel levende aderen
 
Ten bergh uit lokt, het eeuwigh leven teelt,
 
En onder aen de voeten van het beelt
40
De sprongen in een' boezem rijk vergaderen.37-40
 
Narcis zal op zich zelven hier verlieven,
 
Bespiegelen den schoonen wederschijn,42
 
Verscheenen in het spiegelkristalijn.
 
De bron zal hem met waterstraelen grieven.44
45
Nu lustme naer geen Hengstebron te rennen,45
 
Daer Helikon de Grieksche dichters drenkt,
[p. 265]
 
Nu Mauritsbron my zulk een' toevloet schenkt,
 
Waerna de zwaen komt streven met haer pennen.48
 
De vier dolfijns ontfangen 't zuiver water,
50
  En loozen 't weêr ter keele schuimende uit.49-50
 
Ik stel hier op de snaren van mijn luit,51
 
En huw mijn' toon aen 't liefelijk geklater.
 
De weêrgalm schept vermaek my na te baeuwen,53
 
Daer ik den lof van grooten MAURITS speel.54
55
  Dan volght een rey van galmen mijne keel,
 
Die in het oor allengs allengs verflaeuwen.56
 
Laet elk dien bergh voortaen den Zangbergh noemen,
 
Daer Pallas niet by wijlen zich vertoont,
 
Maer eeuwigh by de Kunstgodinnen woont,59
60
In eene lucht, vol geurs van kruit en bloemen.
 
Apollo, die zijn hair vlecht met laurieren,
 
Wil hier den dans beleiden van zijn koor,62
 
En danssen zelf de zanggodessen voor,
 
Belust met haer het brongety te vieren.64
65
De Keurvorst komt, vermoeit van oorelogen,
 
Hier rusten in een' aengenamen pais,
 
En by dees spring vergeeten 't keurpallais,67
 
Het hofgewelf, ten hemel opgetogen.68
 
Ulysses list, noch Diomedes wapen,69
70
  Die 't heilighdom van Troje randen aen,70
 
Ontzien hun hant aen dees Godin te slaen,
 
Zoo braef is haer een godtheit ingeschapen.72
 
Dat FREDERIK en zijn Stadthouder leven,73
 
En groeien in naemhaftigheit en eer,74
75
  Zoo lang dees maeght de wacht houdt met haer speer,
 
En langer dan haer bron zal water geven.

MDCLX.

*Van 1660. - Volgens de tekst in de Vondels Poëzy, 1682, I, 410. Het motto, ontleend aan Aeneïs XI, 483, betekent: ‘Tritonia, maagd, krijgsvoogdesse, die krachtig in de wapenen zijt.’
In Resolutieboek van Thesaurieren, blz. 37 (aangehaald door Dr. P. Scheltema, Aemstels Oudheid, Amsterdam 1855-1872, I, blz. 146) lezen wij: ‘Den 22sten October 1660 zijn de heeren thresorieren overeengecomen met Artur Quellinus, dat hij sal maken een Pallas-beeldt van acht voeten hooghte op een vase van vier Dolphijnen, volgens modelle daervan aen de heeren thresorieren vertoont, omme volgens ordre van de heeren burgemeesteren aen prins Maurits tot eene fontaine te Cleeff vereert te worden, voor de somme van ƒ1.800.’
1De Wijsheit: Pallas Athene, godin van de wijsheid; rechtvaerdigh: goed in zijn soort, betrouwbaar (Mnl. Wdb. VI, 1137).
2geklonken: geslagen. Athene was gewapend te voorschijn gekomen uit het gespleten hoofd van haar vader Zeus (Jupiter).
3Fidias Quellijn: Quellinus, de Nederlandse Fidias (beroemd Grieks beeldhouwer, bedoeld in vs. 6).
5aelouwen: overoude, klassieke kunstenaars.
6Grieken: Griekenland.
7de kroon der godtheên spant: onovertroffen is in het maken van godenbeelden (vgl. vs. 19).
8Nijt: afgunst.
10Vernuften: kunstenaars.
11Het voor of na: het feit dat ze vroeger of later geboren zijn (vgl. vs. 15).
12wel: soms.
13bestelt elk: verschaft aan ieder.
16naer 't wezen: naar zijn eigen aard en verdiensten.
17vondt: uitvinding.
20omvoert: overal bekend maakt.
23Deze onbegrijpelike regel is wellicht foutief overgeleverd. Van Lennep's verbetering in wort bewaert is te ingrijpend om dadelik te overtuigen. De bedoeling moet zijn: al eert de nakomelingschap in die beelden geen goden meer, ze worden om hun kunstwaarde hoog in ere gehouden.
24misgebruik: misbruik.
25gehenge: sta toe.
26Braveeren met: trots zijn op.
27wezen: gelaat, gelaats-uitdrukking.
28zede: karakter.
29Maurits, die het huweliksjuk nooit getorst heeft.
32haer rechte hant te trouwen: haar ten huwelik te nemen.
33raethuis: stadsbestuur.
34voert t'huis: voert toe, bezorgt thuis als bruid.
35Het beeld verhief zich op een voetstuk in de vorm van een afgestompte pyramide, op dit voetstuk stond het wapen van Amsterdam. Bovendien schonk Amsterdam bij het Pallasbeeld twee uit steen gehouwen zittende leeuwen, waarvan de een het wapen van Holland, de ander dat van Amsterdam omklemde, welke bij de ingang der waterwerken werden opgesteld. Zie Ludwig Driesen, Leben des Fürsten Johann Moritz von Nassau-Siegen, Berlin 1849, blz. 285-286.
37-40Johan Maurits had op de Springberg, zo geheten naar de bronnen die daar ontsprongen, vier terrassen aangelegd met vijvers, die watervallen vormden, zie Driesen, blz. 284-285. De door buizen geleide bergaderen vormden fonteinen; zie Brouërius van Nidek en Le Long, Kabinet v. Nederl. en Kleefsche Oudheden 1771, 6e deel, blz. 278. De rijkste spoot op aan de voeten van het Pallasbeeld (zie de afbeelding bij Pieter Langendyk: De stad Kleef, Haerlem z.j., tegenover blz. 46); daer: waar; het eeuwigh leven: het altijd stromende water; sprongen: wateraderen; vgl. spring in vs. 67.
42Bespiegelen: zich in beschouwing verdiepen. Narcissus bewonderde zijn eigen schoonheid in de bron; wederschijn: spiegelbeeld.
44grieven: van dienst zijn. De zeldzame gesyncopeerde vorm wordt niet in het Ned. Wdb., maar wel in het Mnl. Wdb. II, 1551, vermeld.
45Hengstebron: de Hippokrene, op de Helicon, die bezieling schonk aan de dichters (vs. 46).
48Waerna: waarnaar; de zwaen: als symbool van de dichter; streven: aanzwemmen.
49-50Op de hoeken van het voetstuk van het Pallasbeeld stonden vier marmeren dolfijnen, die elk twee waterstralen uitspoten, zie Driesen, blz. 285.
51Ter ere daarvan tokkel ik mijn luit.
53weêrgalm: echo; na te baeuwen (niet in ongunstige zin): antwoord te geven.
54Daer: waar, terwijl.
56allengs allengs, steeds meer.
59Kunstgodinnen: Muzen (vgl. zanggodessen in vs. 63).
62beleiden: aanvoeren.
64brongety: het inwijdingsfeest van de bron (oorspr. het jaarlikse feest).
67spring: bron (vgl. vs. 40 sprongen).
68hofgewelf: vorstelik paleis; opgetogen: opgebouwd.
69noch: onlogies, in plaats van: en eveneens.
70Die uit Troje het Pallasbeeld roofden, waaraan het behoud der stad verbonden was.
72Zo krachtig spreekt uit haar beeld de goddelikheid, door de beeldhouwer er in gelegd.
73Frederik Willem, de grote keurvorst van Brandenburg, die in 1647 Johan Maurits tot zijn stadhouder in Kleef, Mark en Ravensberg had benoemd.
74naemhaftigheit: roem.
terug  begin  verder