*Van 1660. - Volgens de tekst van de calligraphie, door W. van der Laegh gesneden (Unger no. 631). Het motto is ontleend aan Joh. 5, vs. 35: Hij was een brandende en lichtende kaars.
Joan Banning Wuytiers (1591-1647), zoon van Govert Dircksz. Wuytiers, lakenkoper, in 1579 raad, in 1581 Schepen van Amsterdam, en de steun der reformatie aldaar, en van Debora of Dieuwertje Banningh, wier naam hij mede voerde. Hij was de eerste van zijn geslacht die tot de moederkerk terugkeerde, in 1619 ontving hij de priesterwijding. Zie Bijdr. v.d. gesch. v.h. Bisdom Haarlem II (1874), blz. 277-282. In 1660 heeft Th. Matham hem op zijn doodbed gegraveerd. Vondels gedichtwerd fraai geschreven en gegraveerd op een afzonderlijke plano (297 × 153 mM.). Dus 13 jaar na zijn dood. 't Lat. bovenschrift beteekent: Zalig de doden die in de Heer sterven, Apoc. 14.
25-27Hij won een groot deel van zijn familie en bijna alle aanverwanten voor het oude geloof, o.a. twee kinderen van zijn zwager, burgemeester Jacob Poppen (1576-1624) en de oudste zoon van burgemeester Barthold Cromhout (1550-1624). Zie Elias: Geschiedenis van het Amsterdamsche Regentenpatriciaat 's Grav. 1923, blz. 24. Het onderschrift betekent: W. van der Laegh schreef en sneed het.