*Van of vóór 1660. - Volgens de tekst in de Hollantsche Parnas, blz. 6. Zeer bevriend was Vondel met de regentenfamilie Hinlopen, die hij bezocht op haar hofstede Eickhof (zie deel 4, blz. 602 en deel 5, blz. 160 en 500) en later op hun buitenverblijf Rustenbergh bij Naarden. Dit behoorde omstreeks 1660 aan Jacob Jacobsz. Hinlopen (1621-1679), zoon van Jacob Jacobsz. Hinlopen en Sara de Wale, wier huwelik Vondel in 1618 had bezongen, zie deel I, blz. 781. De zoon, evenals zijn vader lakenkoper, trouwde in 1642 met Anna Tholincx. Hun drie dochters en de zoon waarvan in dit gedicht sprake is, waren dus nog heel jong.