terug  begin  verder

Op d'Afbeeldinge van den edelen en gestrengen heere Cornelis van Vlooswyck,aant.*

Heere van Vlooswyck, Diemerdam en Paepekoop, Burgermeester en Raet van Amsterdam.

Pulchra pro libertate.

 
Men ziet hier Vlooswyck niet, gelyck zyn jeught te paerde
 
In 't heir der Staeten, voor Rynberck en voor Maestricht,
 
Gewapent heenedraefde, en Aemstels eer bewaerde,1-3
 
Maer ryper, naer den eisch van 's burgervaders plicht,
5
Gelyck hy stadt en lant en burgerrecht verdaedight,
 
Of yvert om de Sont t'ontsluiten met een vloot,6
 
Terwyl de zeedraeck raest, van bloet noch roof verzadight,7
 
En gansch Europe dreight met dierte en hongersnoot.8
 
Apelles druckt hier uit wat geest en verf vermogen,9
10
Een vroome rustigheit in 's burgermeesters oogen.10
*Van of vóór 1660. - Volgens de tekst in Hollantsche Parnas, blz. 141. Het motto, ontleend aan Aeneïs VI, 821, betekent: ‘voor de schone vrijheid’. Voor Cornelis van Vlooswyck en Anna van Hoorn (vgl. het volgend gedicht) zie hiervóór blz. 243. Hun beider portretten werden door Van der Helst geschilderd vóór of in 1662: Jan Vos bezong ze in dat jaar (Alle de gedichten, Amsterdam 1662, blz. 155-156).
1-3Dezelfde toespeling als in het gedicht op blz. 243; bewaerde: handhaafde.
6Blijkbaar had Vlooswyck bij 's Lands regering aangedrongen op het doorzetten van de oorlog tegen Zweden. Voor onze bemoeiïngen met de afsluiting van de Sont, zie deel 8, blz. 619, 648-52, 764-68.
7roof: buit.
8dierte: duurte van de levensmiddelen.
9geest: talent.
10vroome rustigheit: dappere kloeckmoedigheid.
terug  begin  verder