Maer 't scheen dat vrouw Natuur hem heimlyck inneblies:
Gy overlaedt uw' geest: dit zwaere werck zal spatten.7
Ick was in 't scheppen van die schoonheit al te kiesch.8
Hy maelde, en vreesde 't beelt de leste streeck te geven.
10
Behaeght de schaduw elck, hoe schoon is dan het leven!10
*Van of vóór 1660. - Volgens de tekst in Hollantsche Parnas, blz. 142. Het motto, ontleend aan Aeneïs I, 405, betekent: haar bevalligheid van tred deed haar kennen als een godin (vgl. deel 8, blz. 725).
Voor Anna van Hoorn zie bij het vorige gedicht.
1Laat geen Paris een oordeel uitspreken; dry: nl. Juno, de fiere, Minerva, de wijze, Venus, de schone (vgl. vs. 4).
7Gy overlaedt uw' geest: gij vergt te veel van uw talent; spatten: techniese term voor het uiteenvallen van timmer- of metselwerk (Ned. Wdb. XIV, 2622).