terug  begin  verder

Op d'Afbeeldinge van Mevrouwe van Zuidpolsbroeck Katharine Hooft.aant.*

 
De vader, die natuur van lidt tot lidt ontleedde,1
 
De weerelt kende, en, in het Oostenrycksche hof,
 
By Rudolf was gezien, om zyne wyze rede,2-3
 
En aengezocht, ten steun van 's Keizers staet en lof,
5
Liet ons Kathrine na, om in zyn kroost te leven,5
 
Noch schooner dan de kunst haer, in dit tafereel,
 
Dien schoonen ommetreck en 't wezen pooght te geven,
 
Daer Polsbroecks hart in leeft, als aen het halve deel8
 
Van zyne ziel verknocht, en rechte wedergade.
10
Het leven dooft de verf: hier quam de kunst te spade.10

*Van of vóór 1660. - Volgens de tekst in Hollantsche Parnas, blz. 143.
Katharina Hooft (1618-91) was de tweede vrouw van Burgemeester Cornelis de Graeff (zie deel 6, blz. 85 en de geslachtslijst in deel 8, blz. 978). Quellinus maakte in 1660 haar marmeren medaillon (afgebeeld in Vondel, Unger-ed. 1657-1660, blz. 325), maar de slotregel maakt waarschijnlik, dat Vondel een geschilderde afbeelding bezong. Ook zij werd evenals haar echtgenoot door N. Elias of Th. de Keyser en door G. Flinck geschilderd (Moes, I, 437).
1De vader: Pieter Janszoon Hooft (1575-1636), die in de medicijnen en de chemie studeerde, maakte, samen met zijn vriend Jacob de Graeff (zie deel 8, blz. 679) een soort van perpetuum mobile (Elias).
2-3Volgens G. Brandt was hij zeer ‘liefgetal’ bij Keizer Rudolf.
5te leven: voort te leven.
8Polsbroeck: haar man Cornelis de Graeff.
10dooft: maakt dof, doet verbleken; hier quam de kunst te spade: hier moet de kunst onderdoen voor de werkelikheid.
terug  begin  verder