Op d'afbeeldinge van De Tucht boven de tuchtpoort uitgehouwe,
Aen den Heer Jakob Hinlopen Vermaesaant.*
Raspijn, de tuchtheer, temt met arbeit zweet en slagen1
Wat Circes kroes in schijn van dieren heeft veraert.2
Hij spant hun onder 't juck van zijnen zwaeren wagen.
Zijn zweep verschrickt het wilt, dat stadt en lant vervaert.4
Zoo wort de Wanhoop hier voor 't halsgerecht bewaert.5
*Van of vóór 1660. - Volgens de tekst van het handschrift. Opschrift: Deze poort is waarschijnlik in 1630 door Pieter de Keyser als stadssteenhouwer gebouwd. Vondel spreekt niet van de bekronende groep; deze zal na 1660 zijn aangebracht; zie Weissman, Het tuchthuis en het spinhuis te Amsterdam, Oud-Holland 26 (1908), blz. 40. Jacob Hinlopen Vermaes (1616-1685), eerst genaamd Jacob Hinloopen Tijmonsz., koopman op Spanje en zijdewever, wonende op de Herengracht en eigenaar van de hofstede Oud-Bussum onder Naarden en Huizen, was in 1655 regent van het Rasp- en Tuchthuis.
1Raspijn: Vgl. Inwyding van het Stadthuis, vs. 747, deel 5, blz. 884.
2Circes kroes vervormde met een toverdrank Ulysses' tochtgenoten in wilde dieren; schijn: gedaante.