terug  begin  verder
[p. 289]

Op d'Afbeeldinge van de halsvrientschap tusschen Orestes, en Pylades.
Voor den E. heere Filips van Haerlem.aant.*

Fortunati ambo.

 
Zoo 't hart zich zelf uitbeelden kan
 
Door 't zichtbre merck, vergun dat Koning2
 
Ontvouw' voor Haerlem, zyn' genan,3
 
Iet Koningklyx, en een vertooning4
5
  Van halsgetrouwheit, in Orest
 
En Pylades, zoo klaer gebleken
 
Voor Thoas, in het Noortsch gewest;5-7
 
Daer geen van beide in trouw bezweken,
 
En elck voor ander sterven wou.
10
  Geen schrick des doots scheit waere trou.
*Van of vóór 1660. - Volgens de tekst in Hollantsche Parnas, blz. 148. Het motto, ontleend aan Aeneïs IX, 444, betekent: gelukkige twee.
Deze schilderij van Filips de Koning is niet meer bekend, Ook omtrent de persoon van Filips van Haerlem is nergens iets te vinden. Zie over Filips de Koning: deel 8, blz. 199, 212, 723, 943 en H. Gerson, Philips Koninck, Berlin 1936.
2merck: teken.
3zyn' genan: zijn naamgenoot, d.w.z. die, evenals hij, Filips heet.
4Iet: iets.
5-7halsgetrouwheit: trouwe vriendschap; Pylades vergezelde zijn vriend Orestes op alle zwerftochten, tot naar Tauris (de Krim), waar koning Thoas regeerde. In 1666 vertaalde Vondel Euripides' treurspel over dit onderwerp, onder de titel Ifigenie in Tauren.
terug  begin  verder