terug  begin  verder
[p. 297]



illustratie
Willem Jansz Blaeu, naar de kopergravure van Jer. Falck.

[p. 298]

Op d'afbeeldinge van den wiskunstigen Willem Blaeu.aant.*

 
Men zoeckt volkomen brein vergeefs, en vint'er geen;
 
En zelden een vernuft alleen bequaem tot een;2
 
Noch zeldener een' man bequaem geacht tot velen:3
 
Het schynt Natuur heeft lust haer gaven te verdeelen,
5
  Maer trof in Blaeu een stof tot veelerley bequaem.
 
Zoo draeght de Wiskunst moedt op zynen grooten naem.6
 
 
 
I.v.V.

*Van of vóór 1660. - Volgens de tekst in Hollantse Parnas, blz. 145. Dit gedichtje komt pok als onderschrift voor onder 't portret dat we op de vorige bladzij afbeeldden, maar 't is door een andere hand gegraveerd dan van Falck, die wel onmiddellijk onder 't beeld 14 Latijnse verzen van Barlaeus in 2 kolommetjes calligrafeerde, maar niet het Vondel-versje, op enige afstand in 't midden daar onder later aangebracht. Dit is onschoon werk van een dilettant, wijkt af van Vondels spelling, en begint met een lelijke fout nl.: ‘Men zoek’. We drukken 't gedichtje dus liever af volgens de tekst in Holl. Parnas van 1660. Alleen de ondertekening ontlenen we aan het onderschrift.
Willem Iansz. Blaeu is de beroemdste onder Vondels verschillende uitgevers. Hij woonde op 't Water, ‘inde gulde Sonnewyser’; 't Lat. randschrift boven de kop is 't devies van zijn uitgeverszaak en betekent: onvermoeid in actie. Geboortig van Alkmaar in 1571, overleed hij als Amsterdammer 18 Oct. 1638. Onder zijn werken is wereldvermaard zijn Atlas in 6 dln., later heruitgegeven door zijn zoon Jan Blaeu in 14 dln.
2bequaem tot een: geschikt voor één tak van wetenschap.
3zeldener: in minder gevallen; bequaem tot velen: veelzijdig van aanleg (vgl. tot veelerley in vs. 5).
6draeght moedt: is trots.
terug  begin  verder