terug  begin  verder
[p. 391]

[Gedichten]

Lyckklaght over Den hooghwaerdighsten Heer, Zacharias de Mets, Bisschop van Trallen &c.aant.*

SAL TERRAE

 
Hoe schichtigh komt die nevel vallen,1
 
En nederschieten voor 't gezicht!
 
Wat 's d'oirzaeck? och, het licht van Trallen3
 
Gaet onder, dat Godtvruchtigh licht.
5
Waerom? de boosheit haet de klaerheit
 
Van nutte tucht, die niemant schroomt.5-6
 
De Farizeeusheit kruist de waerheit,7
 
Die haer in 't licht staet, en betoomt.8
 
Zy werden beide noit vereenight.
10
  Zoo Zacharias, als Godts tolck,10
 
Wil yvren, hy wort noch gesteenight,
 
Gemartelt van zijn eigen volck.12
 
De Mets, die naer geen' myter streefde,
 
Noch bisschopsstaf, noch kerckvooghdy,14
15
Maer Gode alleen ter eere leefde,
[p. 392]
 
Wort nu gekent in zijn waerdy.16
 
Stantvastigh, nedrigh, en geduldigh,
 
Is hy zijn' kindren voorgetreên,
 
En leedt onnozel, en onschuldigh,19
20
  Bestreên van 't quaet, noit overstreên.20
 
Het wettigh recht, hem opgedrongen,21
 
Beschutte hy, gelijck 't betaemt,
 
In 't barrenen der lastertongen,23
 
Door 's helts stantvastigheit beschaemt.
25
Schoon 's mans gezontheit daeghlijx mindert,
 
Als Christus eer hier door vermeert,
 
Verdraeght hy gaerne wat hem hindert,
 
En acht niet wat het lichaem deert.
 
Men hoope dat Godts stedehouder
30
  Een' herder wecken zal, die 't lam,
 
Dat afdwaelt, lieflijck op de schouder
 
Ter koie breng', waeruit het quam.29-32
 
 
 
J. V. VONDEL.
*Van 1661. - Volgens de tekst van de afzonderlike uitgave in plano (Unger no. 632). Het motto betekent: Gij zijt het zout der aarde (Matth. 5, 13).
Opschrift. - Zacharias de Metz, ± 1600 te Brussel geboren, 13 Juli 1661 te Amsterdam gestorven, stusteerde te Leuven, was licentiaat in de beide rechten, protonotarius-apostolicus, kanunnik van Thorren in het land van Luik en kanunnik van Maastricht. Hij behoorde dus niet tot de Hollandse missie maar werd hier aangenomen, toen hij als huiskapelaan van de Spaanse gezant, Ant. de Bruin, ook de pastorale bediening van de vissers in Scheveningen op zich nam, onder wie hij met ijver en vrucht werkzaam was. Toen een coadjutor van de Apostoliese Vicaris de la Torre moest worden benoemd benoemde de Paus 3 Febr. 1656 de Metz, tot verwondering van de Apostoliese Vicaris, die ongunstig over hem had geadviseerd en tot ontsteltenis van de Metz, die begreep dat hij in Holland niet de gewilde persoon was. Hij werd gewijd tot titulair-bisschop met de titel van Bisschop van Tralle en vestigde zich begin Aug. 1656 te Amsterdam, waar hij in voortdurende strijd leefde met de geesteliken van het Haarlems kapittel en het Utrechts vicariaat. Het verdriet hierover ondermijnde zijn gezondheid en sinds het einde van 1659 leed hij aan verstandsverzwakking, die in krankzinnigheid eindigde. Zijn bedoelingen waren goed en oprecht, en hij was zeer ijverig maar niet voorzichtig. (N. Biogr. Wdb.). Vondel neemt hier zijn verdediging op zich.
1schichtigh: plotseling.
3Trallen: zie het Opschrift.
5-6de klaerheit van nutte tucht: de openlike toepassing van nuttige strengheit; schroomt: ontziet.
7Farizeeusheit: schijnheiligheid; kruist: doodt (kruisigt) of in verzwakte betekenis: pijnigt, kwelt (Ned. Wdb. VIII, 450).
8in 't licht staet: hindert.
10Zacharias: zinspeling op zijn naamgenoot, de zoon van Jojada, die op last van koning Joas gestenigd werd (2 Kron. 24, 20-21; Lucas 11, 51).
12van: door.
14kerckvooghdy: heerschappij in de kerk, hoge kerkelike waardigheid.
16gekent: erkend.
19onnozel: onschuldig
20van: door; overstreên: in de strijd overwonnen. Van Lennep vergelijkt het Latijnse: ‘virtus premitur, non opprimitur’.
21wettigh: door het wettig gezag vastgestelde.
23in de heftige beroering, door zijn lasteraars veroorzaakt.
29-32Laat men hopen, dat de Paus bij een nieuwe benoeming een waarachtig goede herder zal kiezen.
terug  begin  verder