terug  begin  verder

Op d'Afbeeldinge Van de Jonghvrouw Catharina Questiers.aant.*

 
Zoo maalde een Schilders hant de schoone KATHARYN,
 
Doch 't leven overtreft zoo ver den schilderschijn,2
 
Als een gemaalde Roos met hare doove kleuren3
 
Een Roos in 't leven wijckt, wiens levendige geuren4
5
  Het hart verquicken, op den oever van de doodt.5
 
Apollo noemde dees de tiende kunst-genoot,
[p. 393]
 
Een waerde Zuster van de nege Kunst-godinnen.7
 
Hy wenschte uyt minne-gloet haer edel hart te winnen:
 
Maer zy te vrede met der sterfelijcken lot,
10
  Ontzey de min van dien onsterfelijken Godt:10
 
En had hy haer bestaen te schaecken teghens d'orden;11
 
QUESTIERS waer gheen Laurier maer eene Roos geworden.12
 
 
 
J.v. Vondel.

t'Amsterdam 1661. den 20. in Hooimaent.

*Van 1661. - Volgens de tekst in Lauwer-stryt tusschen Catharina Questiers en Cornelia van der Veer (Amsterdam, 1665, blz. 36), en gedagtekend van 1661. Zie voor Catharina Questiers (21 Nov. 1631 - begin 1669) deel 5, blz. 840. Samen met Cornelia van der Veer gaf zij uit Lauwerstryt, waarin de beide dames elkaar om strijd bewierookten en eigen lofdichten deden afdrukken. Zij was de dochter van een loodgieter; in een brief aan Huygens wordt zij genoemd: ‘la grosse dondon d'Amsterdam.’ (Vondelbrieven, bl. 130).
2schilderschijn: geschilderde afbeelding.
3gemaalde: malen = schilderen is reeds Mnl.; doove: doffe.
4wijckt: doet onder voor; wiens: in Vondel's taal ook bij vr. substantieven.
5op den oever van de doodt: op het sterfbed.
7Kunst-godinnen: Muzen.
10Ontzey: weigerde.
11Had hij het gewaagd, haar onrechtvaardig te schaken.
12gheen Laurier: gelijk bij Ovidius (Metamorphosen I) de geschaakte Daphne zie voor Vondel's vertaling deel 7, blz. 429.
terug  begin  verder