terug  begin  verder
[p. 397]

Op 's Lants nieu Raethuis Gebout by de weledele en mogende Heeren Raeden
Ter Amiraliteit T'Amsterdam.aant.*

Tempora navali fulgent rostrata coronâ.

 
O Raethuis van 's lants Zeeraet, schrap gezeten1
 
Om al de zee te schuimen van 't gewelt2
 
Des roofgedrochts, dat schepen, goet en gelt3
 
Verslint, waerom zoo veele koopsteên zweeten:
5
  Gy Kapitool, en vaderlijke wijk5
 
Der overal belaeghde koopvaerdye,
 
Wat dekt uw dak al zorgh en slavernye,
 
Tot veiligheit van 't gansche Christenrijk!
 
's Lants zeildoek dekt de zeen en waterstroomen,9
10
  Gy vlagh en zeil met uw getrouwe wacht.10
 
Uw vry geley verzekert vloot en vracht,11
 
En hoopt met Godt den afgront in te toomen.12
 
's Lants hooftgezagh verschijnt in uw gezagh,
 
Zoo wakker in 't hanthaven van 't vertroude.14
15
Dat bleek toen gy Geloof en Liefde boude,15
 
Den vloek ten schrik, voltoit by winterdagh.16
 
Zoo rees dit hof, eer zespaer maenen sleeten,17
 
Uit puin, en hief zijn voorhooft aen 't gestarnt.
 
Ernsthaftigheit, wiens hart van boulust barnt,19
20
Vint rust, als hy zich zelve heeft gequeten.
 
Alree verschrikt Antaeus zonder wet,21
 
Die Godt en al zijn roeden meent t'ontwassen,22
 
En wat de vlagh op zee voert wil verbassen,23
[p. 398]
 
Met zijn bloetdronke en dolle moorttrompet.24
25
De slaven van het out Karthage hoopen
 
Dat uwe maght zal entren 't heiloos strant26
 
Van Barbarye, en al wat leght aen bant27
 
En keten u verheught in d'armen loopen.28
 
Zoo braef een toght streeft Herkles strantkolom29
30
Dan wijt voorby, waermee de Grieken praelden,
 
Die hierom 't zeil zoo hoogh in top ophaelden,31
 
Hoewel hun vloot noch noit ter Straete uitzwom.32
 
Alcides knods kon noit zoo verre reiken33
 
Als blixemstrael en snelle donderkloot
35
  Van uw kortou, grof zwanger van de doot,35
 
Uitberstende op de leus en 't oorloghsteiken.36
 
Alreede strijkt de tweede Hannibal37
 
Voor Scipio van Neêrlant, waert te vieren,38
 
Wiens scheepskroon al de kroonen en laurieren39
40
  Van Rome, in zijn triomf, verdooven zal.40
 
De maeghdenrey, de weezen, en de weeuwen
 
Omringen dan, en zingen prijs en lof
 
Den vryen Staet, en 't zegenrijke hof,
 
Dat helden baert, en trotse waterleeuwen.
45
  De zeeleeu van Sint Mark bekent ronduit45
 
Dat hy alleen niet drijft op zijnen vlogel,46
 
Maer ook de leeu der vryheit, als een vogel,47
 
Antaeus klaeuwe ontrukt dien rijken buit.48
 
't Verzierzel van Andromeda bekreten,49
50
  Aen haere rots, ontboeit door Perseus zwaert,
 
Wort dan verstaen by 't vryen van de vaert51
 
Voor 't helsch gedroght, van gruwelen bezeten.52
 
Zoo voert het lant den moedtwil 't oorlogh t'huis,53
[p. 399]
 
Van strant tot strant, met drijvende kasteelen,
55
Al Etnaes, die uit duizent kopre keelen55
 
Vlam braeken, met een elementsch gedruis.56
 
Zoo offerden, door vier en stael gedreven,
 
Uw Kurtien en Decien hun ziel;58
 
Toen Heemskerk, Tromp, helt Witte, en Floris viel,59
60
En Galen scheide in 't harnas uit dit leven.60
 
's Lants Zeeraet sluit aldus den leeuwentuin,61
 
En quijt zich, als een oorloghsdansbeleier.62
 
Op dat beding ga nu de berkemeier63
 
Eens om den disch, in 't raethuis van arduin.64
65
Dees Raet houdt zich aen Aemstels Burgerheeren
 
En hun Gerecht met recht en reên verplicht,65-66
 
Nu zy verheught hen helpen 't nieu gesticht67
 
Inwijden, om de vrientschap te vermeeren.
 
Men spoel' met wijn de zorgen van het hart.
70
De drooghten zijn gevaerlijk voor de kielen.
 
't Waer jammer datze aen laeger wal vervielen.70-71
 
De wijn verheught den geest, en heelt de smart.
 
Dus moet de vloot des koopmans gaen en keeren,73
 
En bank en beurs stoffeeren, zwaer van gout.74
75
  Dus zeegne Godt dit zeehof, nieu gebout,75
 
Terwijlwe in vrede en oorlogh triomfeeren.
*Van 1661. - Volgens de tekst in Vondels Poëzy 1682 I, blz. 423. Het motto, ontleend aan Aeneïs VIII, 684, betekent: ‘de slapen zijn met een scheepskroon versierd.’
Opschrift: De Admiraliteit of ‘Zeeraad’ van Amsterdam vergaderde aanvankelik in het Prinsenhof. Nadat zij dit van de stad in eigendom gekregen had, verving zij in 1661 het oude gebouw door een nieuw, dat thans de zetel van 't Amsterdamse gemeentebestuur is (Amst. in de zeventiende eeuw, 's-Grav. 1897, I, blz. 83).
1schrap gezeten: strijdvaardig.
2schuimen: zuiveren.
3roofgedrocht: zeerovers.
5wijk: toevluchtsoord.
9's Lants zeildoek: de zeilschepen van onze Republiek.
10Gy (dekt); wacht: bewaking.
11verzekert: beveiligt.
12den afgront: de helse machten; hier: de zeerovers.
14't vertroude: wat u toevertrouwd is.
15Geloof en Liefde: scheepsnamen.
16Den vloek: synoniem van den afgront in vs. 12.
17eer zes paer maenen sleeten: binnen een jaar.
19Ernsthaftigheit: energie; barnt: gloeit.
21Antaeus: vervaarlike reus, zoon van Poseidon en Gaea. Opnieuw beeld voor de zeerover.
22t'ontwassen: ontgroeid te zijn.
23verbassen: aanblaffen, door blaffen schrik aanjagen.
24dolle: ophitsende.
26entren 't heiloos strant: binnendringen in de rampzalige kuststreken.
27leght aen bant: gevangen ligt.
28in d'armen (zal) loopen.
29braef: dapper; Herkles strantkolom: Hercules zou twee zuilen (Columnae Herculis) aan weerszijden van de tegenwoordige Straat van Gibraltar hebben opgericht.
31Tweezinnig; vgl. vs. 5 van 't klinkdicht op het ‘Roode Paert’; zie 't gedicht hiervóór.
32ter Straete: vgl. vs. 29.
33Alcides: Hercules als kleinzoon van Alceus.
35kortou: scheepskanon; grof zwanger van de doot: met zware, dood verspreidende lading.
36op de leus en 't oorloghsteiken: zodra het bevel en het teken voor de aanval gegeven wordt.
37strijkt: moet onderdoen: de tweede Hannibal: een Barbarijs aanvoerder uit hetzelfde land waar ‘out Karthage’ eens een Hannibal voortbracht.
38Scipio van Neêrlant: een Nederlandse zeeheld, die als een tweede Scipio de nieuwe Hannibal verslaat.
39scheepskroon: de krans voor een overwinning ter zee.
40verdooven: door zijn glans dof doen lijken.
45De zeeleeu van Sint Mark: Venetië; bekent: erkent.
46hy alleen niet: niet alleen hij.
47Maer (dat) ook.
48Antaeus: zie vs. 21.
49't Verzierzel: het verzonnen verhaal, de mythe; bekreten: in tranen, diep ongelukkig.
51Wort dan verstaen by: wordt dan begrepen door, d.w.z. krijgt dan zin, als allegorie van de bevrijding van de scheepvaart.
52Voor 't helsch gedroght: tegenover de zeerovers (vgl. vs. 3 en 12); van: door.
53Zo bestookt ons land de kwaadwilligen op hun eigen terrein met een oorlog,
55Etnaes: vuurspuwende monsters.
56elementsch: veroorzaakt door de strijd der elementen (water, vuur en lucht).
58Kurtiën: Curtius zou zich voor het vaderland hebben opgeofferd door zich in volle wapenrusting in een afgrond te storten om aldus de goden te verzoenen (362 v. Chr.); Deciën: zie deel 8, blz. 650; ziel: leven.
59Heemskerk: Jacob van Heemskerk, die in 1607 in de zeeslag by Gibraltar overwon en sneuvelde; helt Witte: Witte Cornelisz. de With; Floris: Admiraal Florisz. van Hoorn. Zie deel 8, blz. 650.
60Galen: Jan van Galen. Zie deel 5, blz. 570-vlg.
61leeuwentuin: de Hollandse tuin, als symbool voor het beschermde grondgebied van de Republiek.
62oorloghsdansbeleier: die de leiding neemt van de strijd.
63Op dat beding: op die voorwaarde, in de hoop op de vervulling van die wens; berkemeier: beker.
64om den disch: aan tafel rond; arduin: hardsteen.
65-66houdt zich verplicht: gevoelt zich verplicht; Gerecht: bestuur.
67gesticht: gebouw.
70-71In verband met het vorige vers, een schertsende beeldspraak; datze: als ze.
73moet: moge.
74stoffeeren: ruim voorzien.
75zeehof: paleis voor zeebelangen.
terug  begin  verder