terug  begin  verder
[p. 400]

Op het gestrenge krijghsrecht van Titus Manlius Torquatus,
Op het nieuwe Raethuis ter Amiraliteit t'Amsterdam.aant.*

Utcunque ferent ea fata minores.

 
Gestrenge Manlius gebiet zijn' zoon te rechten,1
 
Die tegens vaders last den vyant heeft bestreên.
 
Het baet niet dat de zoon verwinner blijft in 't vechten.
 
De strenge vader acht geen' zoon, noch 's volx gebeên.4
5
Al wort de zegekans den vyant afgekeecken,5
 
Dat baet geen' dienaer, die op 's heeren woort niet past.6
 
Het Krijghsrecht kent geen bloet, noch luistert naer geen smeecken.7
 
Zoo leert een dienaer stip te volgen 's meesters last.8
*Van 1661. - Volgens de tekst van de afzonderlike uitgave in plano (Unger no. 763).
A. Het motto, ontleend aan Aeneïs VI, 822, betekent: ‘Dat minderen zodanig lot ondergingen.’
Voor de Raadskamer van de Admiraliteit schilderde Ferdinand Bol twee schoorsteenstukken. Het ene stelde voor, hoe de jonge Manlius onthoofd werd, toen hij zich, tegen het bevel van zijn vader, buiten het gelid in een tweegevecht gewaagd had. Het schilderij hangt nu in het Universiteitsgebouw te Utrecht.
1rechten: terechtstellen.
4acht geen' zoon: neemt niet in acht dat het zijn zoon geldt.
5Al wordt de vijand elke kans op overwinning ontnomen (in deze betekenis niet in het Ned. Wdb.).
6past op: geeft om.
7kent geen bloet: houdt geen rekening met familiebetrekking.
8stip: stipt.
terug  begin  verder