terug  begin  verder
[p. 404]

[Op Dirck Crabeth]aant.*

 
Diedricks uurglas is verloopen:1
 
Noch volhart hy met St. Jan
 
't Volck te leeren, en te doopen,
 
Daer het grimmelt om dien man,
5
Soo vol yver als boetvaerdich,2-5
 
Is die helt geen Kunst kroon waerdich!
*Van 1661. - Volgens de tekst onder het door H. Bary gegraveerde portret (Unger no. 643).
Dirck Crabeth (overleden Nov. 1574) en Wouter Crabeth (overleden Sept. 1589) waren zonen van Pieter Crepel, ‘glaesmaecker’ te Gouda. De naam Crepel (= kreupel), eigenlik een bijnaam, veranderde de familie in Crabeth. Na de brand van Januari 1552, die in de St.-Janskerk te Gouda hevige verwoesting aanrichtte, kregen de broeders opdracht de gesprongen geschilderde glazen, waarop de stad toen reeds trots was, door nieuwe te vervangen. Dirck brandschilderde er negen, Wouter vier. (N. Biogr. Wdb.).
1uurglas: de zandloper, als symbool van zijn levenstijd.
2-5Zinspeling op het vierde werk van Dirck (glas 14), voorstellende de prediking van Johannes de Doper aan de Jordaan; grimmelt: wemelt.
terug  begin  verder