886Aen wiens hand de hemel zijn geslangde staf toevertrouwt; de bode-staf van Mercurius is de staf omkronkeld door een slang, en met twee vleugels aan de top.
957met Febus nu bewaert: met Febus nu opgescheept; bewaard met iets: toegerust met iets, voorzien van iets; hier wel tegelijk in woordspeling met bewaard: beschermd; de hemel is met Febus wel goed beschermd!
960geen schimp noch uitstel: geen spel noch uitstel, geen uitstel tot spel, om te spelen; 't is geen spel, maar hoge ernst met het hemels uurwerk; schimp in de oudere betekenis van grap, scherts.
963Zoo slecht was Febus niet: zo onnozel was Febus niet, om de zonneloop stop te zetten; hij heeft alleen 'n andere stuurman laten sturen; slecht: onnozel, vrgl. Vondel: Of slecht van ouderdom, als 't jongstgeboren kint, (Joseph in Dothan vs. 1562, Dl. 4, blz. 146).
967Die was in zijn bedoeling, voor zijn doel, al te moeilik bijeen te roepen; al t' ongereet: helemaal niet gereed, niet bij de hand.
968verkloecken: misleiden, bedriegen; tegelijk met zinspeling op de andere, toen nog gebruikelike betekenis van kloek: wijs (zie vs. 742), wijs maken, wijzer maken, en in woordspeling met eigenwijs: Wie eigenwijs de raad van velen wijzer wil maken, zelf wijzer wil zijn dan in overleg met velen.
969zijn zelfs: zijn eigen (letterl. oorspronkelik: van hem zelf).
972schutten: tegenhouden (Vondel's Hy schut vergeefs sich selven moe, Wie schutten wil den starcken vliet, Die van een steile rotse schiet, Naar haren ruimen boesem toe, Vertroostinge aan Geraerdt Vossius, (Dl. 3, blz. 400).
TEKSTKRITIEK: 974 getrocken, de oude uitgave heeft getroffen.
974getrocken van de pees: van de boogpees afgetrokken.
976Met zinspeling op Febus (Apollo) als de boogschutter.
991een wagenaer: 'n wagenmenner (spottend bedoeld).
994Dat's lang geleght: Dat zonnespoor is al lang gebaand.
995beeldestarren: sterrebeelden (letterl. sterren die in 'n beeld staan).
1000'k Geleide hem: de overal aanwezige faam (Vergilius in Aeneïs, 4, 177: Ingrediturque solo et caput inter nubila condit: en zij schrijdt over d'aarde, en draagt het hoofd in de wolken).
1001-vlgg.Deze verzen weer naar Ovidius' Metam. 2, 155-vlgg.; bij Vondel Herscheppinge, Dl. 7, blz. 447, vs. 201-vlgg.
1004Tethys: de wereldzeegodin; de zon rees op uit de zee.