terug  begin  verder

Op Maria de Wolfaant.*

 
Toen trouhartige Marye1
 
Had voltrocken haer vooghdye
 
En het zusterlijcke bloet3
 
Als haer eigen opgevoet,
5
Scheide ze getroost van d'aerde.
 
Houdt de faem en deught in waerde.6

*Van 1664. - Volgens de tekst op een zilveren gedenkpenning, door Van Lennep (X, blz. 458) vermeld. Het gedichtje staat op de ene zijde; op de andere staat: ‘geslagen ter gedachtenis van Maria de Wolf, in den Heere gerust, den 14 Juny 1664; out 52.’ Zie voor deze Maria, in 1612 geboren als dochter van Vondel's zuster Clementia en Hans de Wolf, de Oorkonden van Sterck, blz. 366, waar het aangegeven sterfjaar 1614 dus een drukfout is.
1trouhartige: hier wel letterlik: trouw van hart.
3het zusterlijcke bloet: het kind van haar zuster. Zij kan een kind opgevoed hebben van haar zusters Anna en Rebecca, die haar beide overleefden, of de enige dochter van haar half-zuster Elsgen, nl. Baerte Abrahams (zie Sterck's Oorkonden, blz. 365).
6de faem en deught: de roem vanhaar deugd.
terug  begin  verder