terug  begin  verder
[p. 172]

Op den E. Heere Lambert Reinst,aant.*

Schout, van wegen de Graeflykheit van Hollant, Zeelant, en Westvrieslant, t'Amsterdam.

TEMPERAT IRAS.

 
Was d'eer aen Tacitus, of 's weerelts hooftstadt Rome,
 
Toen hy het Schoutendom bekleede, wys en trouw?1-2
 
Aen bey, sprak Themis, die dit vonnis vellen zou.3
 
Is 't billyk dat het Reght alle ontught regle en toome,4
5
  Zoo blyf 's lants hooftstadt Reinst, en hy 's lants hooftstadt waert,5
 
Daer geen Domitiaen, maer wyze burgerheeren,6
 
Tot heil der Graeflykheit, de burgery regeeren7
 
Door zyn gezagh, en mont, en 's Graven wettigh zwaert.8
 
Dus zien wy 't Recht door hem, den Schout door 't Recht verheven.
10
Dus wort hy afgebeelt, om na zyn doot te leven.10
*Van 1664. Volgens de tekst in Poëzy 1632 I, blz. 566.
Opschrift: Mr. Lambert Reynst (1613-1679), advocaat, wonend op de Keizersgracht te Amsterdam, was hoogschout van 1656-1666. Zijn portret werd geschilderd door Jan Lievens, die in een brief van 27 Juni 1664 aan Peter de Graeff de som van 50 ducaten noemt, die hij daarvoor heeft ontvangen. Zie H. Schneider, Jan Lievens, Haarlem 1932, blz. 150, nr. 255.
Het motto, ontleend aan Aeneïs I, 57, betekent: Hij beteugelt de driften.
1-2De Romeinse geschiedschrijver Tacitus (c. 55-120) had zich aan de rechtsstudie gewijd. Hij bekleedde in 88 het rechterlik ambt (‘schoutendom’) van praetor. De bedoeling is: Aan wie kwam de meeste eer toe?
3Themis: godin van het recht.
4ontught: tuchteloosheid; regle: bedwinge.
5Reinst: te verbinden met waert (waardig).
6Domitiaen: de beruchte keizer Domitianus (geb. 51 n. Chr.), die ten tijde van Tacitus regeerde.
7Graeflykheit: zie het opschrift.
8's Graven wettigh zwaert: het wettig recht over leven en dood, oorspronkelik toekomende aan de graaf, later aan de souvereine Staten.
10Dus: zo.
terug  begin  verder