Zijn zon bedankt die hem komt koestren en verwarmen.4
5
Gelijk een dochter voeght van Swieten, die het volk
Verdadigde, en verdiende eens Vorsten haet te draegen,
Toen hy den Aemstel quam beleegren en belaegen,
En dreighde 't edel bloet met zijnen blooten dolk.5-8
Men ziet goedtaerdigheit gemengt in zedige oogen.9
10
Dat zijnze, die zijn hart tot haere min bewoogen.
*Van 1664? Volgens de tekst in Vondels Poëzy 1682 I, blz. 600. Opschrift: Alida Bicker van Swieten (1620-1702), dochter van Cornelis Bicker van Swieten en Aertge Witsen (zie de genealogiese lijst in deel 7, blz. 978), trouwde in 1647 met Mr. Lambert Reinst, zie het vorige gedicht. Daar Vondel beider beeltenissen in gelijksoortige verzen bezingt, ligt de veronderstelling voor de hand dat de gedichten en de portretten uit dezelfde tijd zijn. Maar wij kennen de schilder van Alida Bicker's portret niet, en dit is niet bekend als werk van Lievens.
Het motto, vermoedelijk geen citaat en in ieder geval proza, betekent: ‘Zij bewaart haar zedigheid’ (vgl. vs. 8).
1verquikt: koestert (oorspr. geeft nieuwe kracht, sterkte).