Nu waeckt hy noch om hoogh, en stercktze met gebeden.
*Van 1664. - Volgens het onderschrift van het door Hubertus Quellinus getekende portret. Opschrift: De Minderbroeders, in 1578 uit Amsterdam verdreven, waren daar bijna onmiddellik teruggekeerd om onder de moeilikste omstandigheden verder te werken. Zo vestigde zich daar in 1633 P. Joannes Boelensz, als opvolger van P. Jan Tyras (die enige tijd werd vervangen door P. Adrianus Motman, zie deel 5, blz. 561). Onder P. Boelensz' vurige prediking groeide de Katholieke gemeente steeds aan; hij stichtte de statie Mozes en Aäron der Minderbroeders te Amsterdam, boekte alleen in 1652 19 bekeringen en verzoende verscheiden personen die in jaren niet meer gebiecht hadden, met de kerk. Hij overleed 21 Mei. 1655. H. Quellinus tekende zijn portret naar een bestaand portret, hoogstwaarschijnlik in 1664. Zie P. Maximilianus, Portretten van den Minderbroeder Jan Boelensz met bijschrift van Vondel in Franciscaansch Leven, 16e jg. (1933), blz. 266-75, waar ook een afbeelding van de gravure naar deze tekening voorkomt.
1Op de gravure ziet men bij de boekenkast stempel en lakstaafjes, en terzijde van de kast een vergrote afbeelding van een zegel met het wapen van de orde. Het onderschrift daarbij luidt: ‘Pietate et doctrina’, d.i. door godvruchtigheid en leer. Blijkbaar wordt daarop gezinspeeld bij de vergelijking, die intussen niet geheel duidelik is. Is het zegel bedoeld als een afdruk van de ‘wapenring’ die hij aan de vinger draagt?