terug  begin  verder

Op d'afbeeldinge van den weledelen Heere van Burgersdyck, raedt en pensionaris te Leiden.aant.*

Hae tibi erunt artes.

 
Dus leeft de vader, die den stoel der wysheit eerde,1
 
Noch heden in den zoon, een zenuw van den staet,
 
Zoo dickwijl Burgersdijck het burgerrecht verweerde3
 
Scheen zelf Justiniaen te spreecken in den raedt.4
5
De sleutels staen vergeefs en praelen in het wapen,5
 
Zoo trou en wys beleit het poortslot niet bewaert.6
 
Het raethuis magh gerust op zyne zorgen slaepen,7
 
Als hij ter daghvaert naer het hof der Staeten vaert.8
 
Gelyckenissen van het lichaem zyn bederflyck,9
10
De verwen van de ziel, geduurigh en onsterflyck.10

*Van 1664? Volgens de tekst bij Unger-v. L., deeltje 30, blz. 395.
Opschrift: Pieter Burgersdijck (± 1623-1691) werd te Leiden geboren als zoon van Prof. Franco Burgersdijck, promoveerde in 1644 te Leiden in de rechten en werd in 1663 pensionaris van Leiden. (N. Biogr. Wdb.) Ferdinand Bol schilderde zijn portret, dat zich nog in het Stedelijk Museum te Leiden bevindt, waarschijnlik in dezelfde tijd dat hij het schoorsteenstuk voor het stadhuis schilderde; zie het vorige gedicht.
Het motto, ontleend aan Aeneis VI, 852, werd door Vondel vertaald (deel 6, blz. 744): ‘Dit zal uw werck zijn’.
1de vader: Professor Franco Burgersdijck (1590-1635), hoogleraar in de wijsbegeerte te Leiden; den stoel der wijsheit eerde: de academiese zetel met ere bezette.
3het burgerrecht verweerde: nl. als pensionaris.
4zelf Justiniaen: Justinianus in eigen persoon. Als Oost-Romeins keizer (527-565) deed hij alle Romeinse wetten in het Corpus juris verzamelen.
5de sleutels: de gekruiste sleutels van het Leidse wapen; staen en praelen: staan te pralen.
6bewaert: handhaaft.
7gerust op zyne zorgen: vertrouwende op zijn zorgen.
8ter daghvaert: naar de Statenvergadering, waar de pensionaris de woordvoerder van de stedelike deputatie was; vaert: rijdt, reist.
9bederflyck: vergankelik.
10verwen: kleuren, karaktereigenschappen; geduurigh: duurzaam.
terug  begin  verder