terug  begin  verder
[p. 183]

Op het gezegent voorspel Van den Zeestryt.aant.*

Non illi imperium pelagi, saevumque tridentem
Sed mihi sorte datum.

 
De Zeevaert, een Andromeda, gebonden,1
 
Geketent, vreesde, op 't vrygevochten strant,
 
Het zeegedroght van 't koningmoordend Londen,
 
Dat in zijn' balgh veel schepen had verslonden:4
5
  Maar Perseus, of de zeemaght van ons lant,
 
Op 't vliegend paert, der Staeten vloot, gestegen,6
 
Verscheen in 't endt, ten troost en toeverlaet
 
Der bleecke maeght, om onderstant verlegen.8
 
Het schrickdier weeck voor 's ridders blancken degen
10
  Naer 't krytestrant, van roofzucht noit verzaet.10
 
Het braeckt vast gal, dat al de baren groenen,11
 
En bruischt en brult, gelijck een noortsche orkaen.
 
De ridder volght, en weet van geen verzoenen.
 
Hy dreight het in te vaeren, en harpoenen.14
15
  Geluckt dien helt dat loffelijck bestaen,15
 
Maetroos zal 't haest aen stucken ommedeelen,16
 
En zieden het al zingende tot traen,
 
Daer duizenden van kopre donderkeelen,
 
En alle zeetrompetten onder speelen,18-19
20
  Tot blyschap van den vryen Oceaen.
 
Zoo wort de maeght ontketent aen de haven.
 
Dan giet de zee haer' schoot vol rijcke gaven.
*Van 1665. - Volgens de tekst van de afzonderlike uitgave in plano (Unger no. 682). Het motto, ontleend aan Aeneïs, 143, betekent: ‘Niet aan hem, maar aan mij, is het rijk der zee en de machtige drietand door het noodlot toegewezen.’
Opschrift: Reeds vóór het uitbreken van de tweede Engelse oorlog hadden de Engelsen in 1664 onze koloniën op de kust van Guinea veroverd, welke deels door De Ruyter werden, heroverd. Vervolgens hadden de Engelsen in Dec. 1664 de Nederlandse vloot uit Smyrna bij Cadix aangevallen en daarbij enkele schepen genomen. De Staten besloten hierop Van Wassenaar met een vloot in zee te zenden. Deze zeilde 24 Mei 1665 uit, maar bleef tot 10 Juni nabij de kust. In deze tijd - vóór de slag van Lowestoff op 11 Juni - zal dit gedicht zijn ontstaan.
1Zie voor de vergelijking met Andromeda en Perseus deel 5, blz. 568 en deel 8, blz. 648.
4balgh: buik.
6't vliegend paert: het gevleugelde paard Pegasus, gesproten uit het bloed van de door Perseus gedode Medusa. Gewoonlik wordt Perseus, bij de bevrijding van Andromeda, niet te paard, maar met gevleugelde schoenen voorgesteld.
8om anderstant verlegen: in doodsnood naar hulp verlangend.
10't krytestrant: de Engelse kust.
11vast: voortdurend.
14in te vaeren: te lijf te gaan (Ned. Wdb. VI, 2105); harpoenen: doorboren; ook in het vervolg wordt het monster, merkwaardigerwijze, met een walvis vergeleken, die tot traan verkookt wordt (vs. 16-17).
15bestaen: onderneming.
16Maetroos: zonder lidwoord; vgl. Roskam, vs. 52.
18-19Daer ... onder speelen: waarbij alle kanonnen en trompetten zich vrolik doen horen.
terug  begin  verder