*Van 1665. - Volgens de tekst van de afzonderlike uitgave in plano (Unger no. 682). Het motto, ontleend aan Aeneïs, 143, betekent: ‘Niet aan hem, maar aan mij, is het rijk der zee en de machtige drietand door het noodlot toegewezen.’ Opschrift: Reeds vóór het uitbreken van de tweede Engelse oorlog hadden de Engelsen in 1664 onze koloniën op de kust van Guinea veroverd, welke deels door De Ruyter werden, heroverd. Vervolgens hadden de Engelsen in Dec. 1664 de Nederlandse vloot uit Smyrna bij Cadix aangevallen en daarbij enkele schepen genomen. De Staten besloten hierop Van Wassenaar met een vloot in zee te zenden. Deze zeilde 24 Mei 1665 uit, maar bleef tot 10 Juni nabij de kust. In deze tijd - vóór de slag van Lowestoff op 11 Juni - zal dit gedicht zijn ontstaan.
1Zie voor de vergelijking met Andromeda en Perseus deel 5, blz. 568 en deel 8, blz. 648.
6't vliegend paert: het gevleugelde paard Pegasus, gesproten uit het bloed van de door Perseus gedode Medusa. Gewoonlik wordt Perseus, bij de bevrijding van Andromeda, niet te paard, maar met gevleugelde schoenen voorgesteld.
8om anderstant verlegen: in doodsnood naar hulp verlangend.
14in te vaeren: te lijf te gaan (Ned. Wdb. VI, 2105); harpoenen: doorboren; ook in het vervolg wordt het monster, merkwaardigerwijze, met een walvis vergeleken, die tot traan verkookt wordt (vs. 16-17).