terug  begin  verder
[p. 184]

De Havenschendery te Bergen in Noorwegen.aant.*

STETIT ACRI FIXA DOLORE.

 
Men kon den helschen wrock en aert
 
Van Haet- en nijt en haere wercken2
 
Noit levendiger zien en mercken,3
 
En welck een' gruwel afgunst baert
5
Dan hier, daer zy niet schroomt te tergen
 
Te quetsen 't recht der Majesteit,6
 
Door stout bestaen en snoot beleit,7
 
Gebleecken voor het Noortsche Bergen.8
 
Daer grimtze, uit eene halve maen9
10
Van schepen, hecht aen een gesloten,
 
En braeckt vast vlam en donderklooten11
 
Ter keele uit, als een krijghsorkaen.
 
De nootweer prickelt Batavieren13
 
En FREDRIX sloten van om hoogh14
15
  Te groeten uit dien waterboogh15
 
De havenschennende banieren.
 
Het Brittenlantsche zeegeschrey,
 
Gemengt in roock en vlam en zwavel,
 
Verheft zich, als uit 's afgronts navel,19
20
  En antwoort op dien oorloghsrey.20
 
De Nijt zwoer Smyrnes oogst te sleepen21
 
En d'Indiaensche geur en lucht22
 
Naer nieu Algiers, daer 't hof noch zucht23
[p. 185]
 
Op 't lijck van Jorck, om 't hart beneepen.24
25
  Het hout en yzer knerst en kraeckt.
 
Zoo bulderen de stormen 's winters.
 
De roofvloot berst en springt aen splinters.
 
Vergift en gal is 't watze braeckt.
 
In 't endt bezwijckt het valsch betrouwen.29
30
  De scheenen branden voor dit vier,
 
Dat gloeit te heet. voort voort, van hier.30-31
 
Hackt af, hackt af uwe ankertouwen.
 
Nu vlught het zeegewelt te spa,
 
Gelijck een waterslang, wiens leden
35
Van raden werden overreden,35
 
De roofvloot sleept de lenden na.36
 
Geene aerdtsche maght bepaelt de baren37
 
En handelvryen Oceaen,
 
Zoo moet het koningsmoorders gaen.39
40
Zoo moeten havenschenders vaeren.
*Van 1665. - Volgens de tekst van de afzonderlike uitgave in plano (Unger no. 683). Het motto, ontleend aan Aeneïs VII, 291, betekent: ‘Daar stond zij, als van bittere smart versteend.’
Opschrift: De retourvloten uit Oost-Indië en Smyrna, gewaarschuwd voor de in Maart 1665 uitgebroken oorlog met Engeland, waren in de haven van Bergen in Noorwegen gevlucht. In strijd met het havenrecht vielen de Engelsen hier de vloot aan, maar werden door de Commandeur Pieter de Bitter op 10 of 12 Augustus afgeslagen. Vgl. voor de datering Knuttel, Catal. v.d. Pamfl. 1649-1667, nr. 9093.
2Haet- en nijt (in één woord, ook wel haetenijd geschreven): de Afgunst, reeds in de M.E. allegories opgevat als monster (Ned. Wdb. V, 1494).
3levendiger: meer in levenden lijve.
6't recht der Majesteit: de Noorse souvereiniteit.
7stout bestaen: brutaal optreden.
8het Noortsche Bergen: in tegenstelling met Bergen in Henegouwen en elders.
9grimt: kijkt dreigend.
11vast: onophoudelik; donderklooten: kanonskogels.
13Batavieren: de Hollanders.
14Fredrix sloten: de vestingwerken van Bergen.
15groeten: beschieten (vgl. salvo, door Hooft vertaald als groet); dien waterboog: de rede van Bergen.
19's afgronts: van de hel.
20oorloghsrey: krijgsrumoer (eig. de muziek van de kanonnen).
21Nijt: vgl. vs. 1; Smyrnes oogst: de retourvloot uit de Levant.
22d'Indiaensche geur en lucht: de retourvloot uit Oost-Indië, met specerijen.
23nieu Algiers: Engeland, als roversnest een tweede Algiers.
24Jorck: hier genomen voor de Engelse koning (vgl. blz. 222); om 't hart beneepen: met bedrukt gemoed.
29het valsch betrouwen: het ongegronde vertrouwen, nl. dat ze de Hollandse schepen kunnen vernietigen.
30-31Het vuur wordt hun te na aan de schenen gelegd. Daarna wordt de kommandant sprekend ingevoerd (31-32).
35Van raden: door raderen.
36sleept de lenden na: sleept zich (als een gewond dier) met moeite voort (Ned. Wdb. VIII, 1550).
37bepaelt: beperkt.
39koningsmoorders: vgl. vs. 24.
terug  begin  verder