terug  begin  verder
[p. 187]

Minnedeuntjes.aant.*

 
Schoone Leli, laet ons minnen,
 
Nu de zon schijnt van om hoogh.
 
Wilt ge u al te lang bezinnen,
 
Gy zult haest aen 's hemels boogh4
5
Mist en onweêr op zien komen,
 
En voor donderslagen schroomen:
 
Want wie traegh zijn lief bemint,
 
Vangt in 't endt een hantvol wint.8
 
 
 
Min, een rover, stout in 't kampen,9
10
  Zeiltme na met kracht en spoet
 
In de zee van mijn gemoet:
 
Als hy my aen boort komt klampen,
 
Baet geen wederstant noch strijt.
 
Och, ik raek mijn vryheit quijt.

Ander.

 
De dertele Sater,
 
De boxvoet vast hippelt,2
 
Langs d'oevers van 't water,
 
En beitelt, en trippelt4
5
Met alle zijn vrijsters,
 
Die zingen, als lijsters.
 
Het velt is vol vreught.
 
O vrolijk leven! o zoete jeught!
 
 
 
O wreede vriendinne,
10
  Wie kan u bewegen?
 
Hoe trouw ik u minne,
 
In hagel en regen,
 
Gy vlught even vlugge,
 
En bietme den rugge.
15
  Ik jammer ontstelt:
 
Geen klagten baeten: mijn leven smelt.
[p. 188]

Ander. Koridon.

 
Koom hier, o goelijk meisje.1
 
Gy ziet de velden groenen.
 
Vergun me slechts een reisje,
 
Dat ik uw mont magh zoenen,
5
En uw wangen, uit lust en verlangen.
 
Ay koom wat nader:
 
Want uwe moeder en was niet vroeder.
 
Zy kuste vader.
 
 
 
De duiven trekkebekken.
10
  De dieren in de weiden
 
Een lijn te zamen trekken.11
 
Wie kan de liefde scheiden
 
Van het leven, de jongkheit gegeeven
 
Om te gebruiken?14
15
Liefde moet bloeien. Door liefde groeien
 
De boom en struiken.

Narcissus.*

 
Toen Narcis het water kliefde,
 
Met de straelen van zijn oogen,1-2
 
Hy op zijnen schijn verliefde,3
 
En, van minnegloet bewogen,
5
Om te blusschen den waterbrant,
 
Riep: ay troume toch hant aen hant.6
 
 
 
Zijne hant, zoo blank en teder
 
Bood hy aen den schyn op trouwe,
 
Die bood hem de hant ook weder:
10
  Doch vergeefs, dies hy, vol rouwe,
 
Schreide: waerom versmaetge my,
 
Die u vierigh uit liefde vry.
[p. 189]
 
Als geen trou hem moght gebeuren,
 
En hy zijnen wensch most derven,
15
Ging de vryer leggen treuren,
 
En verloor zijn schoone verven.16
 
Al de schoonheit, zoo groot van roem,
 
Werdt verandert in eene bloem.

Hippomenes.*

TRAHIT SUA QUEMQUE VOLUPTAS.

 
Hippomeen, door d'ingebeelde1
 
Schoonheit, toomeloos van weelde,
 
Schatte 't leven niet te dier3
 
Om te blusschen 't minnevier
5
Met de weêrmin van Atlante:5
 
Dies hy zich in 't renperk kante
 
Tegens haer, op Venus woort.7
 
Zy door appelglans bekoort
 
Koos den appel onder 't blaeken.
10
Zoo quam elk zijn wit te raeken.10

Ander.*

DUXIT SUA PRAEMIA VICTOR.

 
Hippomeen, ontvonkt van gloedt,
 
Waegt, daer andre in 't renperk sneven,
 
Om de schoone Atlante 't leven.
 
Venus geeft hem raet en moedt.
5
Hy, den schicht der schoone ontronnen,5
 
Wellekomtze, en kust haer hant,
[p. 190]
 
Het gewenschte minnepant,
 
In het minneperk gewonnen.
 
Zy wint d'appels, hy zijn lief,
10
  Elk zijn gading, en gerief.

Ander.*

OMNIA VINCIT AMOR.

 
Vliegh met snelle zwaluvlogels:
 
Ren de winden zelfs voorby,
 
En de kracht van bussekogels:3
 
Min acht kogels, wint, noch vogels,
5
  Als zy let op haer gety.5
 
Haere loosheit zal niet feilen6
 
't Allersnelst voorby te zeilen,
 
Door een' appel twee of dry.8
 
Kloeke minnaers suffen nimmer.9
10
Zoo verkloekt men 't Joffrentimmer.10

Concordes.*

 
Als d'Eenhooren ziet de Maeght,
 
't Liefste dat zijn oogh behaeght,
 
Blijft hy in gedachten hangen,3
 
Raest in 't endt van minnesmert,4
5
  En, die noit gevangen wert,
 
Geeft zich in haer schoot gevangen.
 
 
 
MDCLXV. den 29 in Wijnmaendt.
*Van 1665. - Volgens de tekst in Vondels Poëzy 1682 II, blz. 456, waar ze gedateerd zijn: ‘MDCLXV. den 29 in Wijnmaent.’ Dit was de verjaardag van Agnes Block, zie blz. 224. Heeft zij wellicht een feestje gegeven, waarop deze liedjes zijn gezongen ter ere van Agnes' stiefzoon, Peter de Wolf? Zie het volgende gedicht.
4haest: weldra.
8gaat met lege handen heen, wordt in de liefde teleurgesteld.
9Min: Amor.

2vast: onophoudelik.
4beitelt: vreemde bijvorm van buitelt, die het Ned. Wdb. III, 1782, niet kan lokaliseren.
1goelijk: vriendelik, lief.
11Een lijn te zamen trekken: werken alle samen,; hier: verenigen zich in liefde. Zie voor de verklaring van de uitdrukking Ned. Wdb. VIII, 2342.
14gebruiken: genieten.

*NARCISSUS: Zie voor het verhaal van Narcissus: Ovidius' Metamorphoses III, 402-512; in Vondel's vertaling deel 7, blz. 497-502.
1-2d.i. zijn eigen beeld in het water aandachtig beschouwde.
3schijn: spiegelbeeld (vgl. vs. 8).
6troume hant aen hant: schenk mij uw hand, als trouwbelofte; vgl. op trouwe in vs. 8.
16verven: gelaatskleur.

*HIPPOMENES: Het motto, ontleend aan Vergilius' Ecl. II, 65, betekent: ‘Ieder wordt door zijn biezondere neiging gedreven.’
1Hippomeen: Hippomenes was de zoon van de Boeötiese koning Megarius (vgl. Ovidius' Metamorphoses X, vs. 560-vlg.; in Vondel's vertaling deel 7, blz. 770-vlg.).
3dier: kostbaar; hij zette zijn leven gaarne op het spel.
5Atlante, Boeotiese, dochter van Schoneus, beroemd om haar schoonheid en snelheid, beloofde te zullen huwen wie haar in snelheid overwon.
7op Venus woort: Venus beloofde namelik hem te helpen door hem gouden appels te schenken. Toen Hippomenes die in het strijdperk wierp, raapte Atlanta ze op, (door appelglans bekoort, vs. 8) en verloor daardoor de wedloop.
10zijn wit te raeken: zijn doel te bereiken.

*ANDER: Het motto, ontleend aan Ovidius, Metam. X, 680 betekent: ‘De overwinnaar won zijn prijs’.
5ontronnen: ontlopen, ontkomen. Atlante doodde ieder die de wedloop verloor, met haar speer.

*ANDER: Het motto, ontleend aan Vergilius' Ecl. X, 69, betekent: ‘De liefde overwint alles.’
3bussekogels: kanonskogels.
5gety: het gunstige tijdstip.
6feilen: te kort schieten om.
8Zie hiervóór de list van Venus, die Hippomenes hielp.
9suffen: werkeloos zitten, dralen.
10vekloekt: verschalkt men door list; Joffrentimmer (germanisme): vrouw.

*CONCORDES: Opschrift: ontleend aan Aeneïs VI, 827; ook elders aangehaald als Concordes animae (zie deel 5, blz. 852; deel 8, blz. 199, 683, 728, 852). Op de oude overlevering van de eenhoren doelt Vondel ook in zijn Adam in Ballingschap, vs. 1072-77.
3in gedachten hangen: in. gepeinzen verdiept.
4raest: wordt dol.
terug  begin  verder