*Van 1665. - Volgens de tekst in Vondel's
Poëzy I, 1682, blz. 762. Het motto, ontleend aan Verg.
Aeneïs, IX, 182 (his amor unus erat), betekent: ‘Een gelijke liefde bezielde hen.’
Opschrift: Vondel bezingt hier het huwelik van zijn achterneef Peter de Wolf (1646-1691) en zijn achternicht Clementia van der Vecht (± 1645-1677), volle neef en nicht van elkander, die 30 Nov. 1665 ondertrouwden (Zie Kwartierstaat De Wolff achterin Sterck,
Oorkonden). De vriendschap die Vondel voor de vader van Peter, de zijde-lakenkoper Hans de Wolf Jr., koesterde, is overgegaan op de zoon. Ook de overleden vader der bruid, de lakenkoper Jacob van der Vecht, was met Vondel en zijn familie bevriend geweest.
Uit het gedicht blijkt dat bruid en bruidegom elkander nader leerden kennen op een hofstede. Dit moet zijn de hofstede in de Purmer, in 1635 door Clementia van den Vondel, beider grootmoeder, aangekocht, en volgens haar testament van 1641 in onverdeeld bezit aan haar kinderen vermaakt. De vader van de bruidegom Hans de Wolf, en de moeder van de bruid, Anna de Wolf, gehuwd met Jacob van der Vecht, hadden daarop gelijke rechten. Zie over de latere lotgevallen dezer hofstede Sterck,
Oorkonden, blz. 81-82, en dez.,
Een 17
e eeuwsche buitenplaats in de Purmer in
Hoofdstukken over Vondel en zijn kring, Amst. 1923, blz. 123-31.