terug  begin  verder
[p. 199]

Op een' gedreven silvren gedenkpenning aen Maria de Neufville vereert.aant.*

 
Dat dees Maria strael,
 
Gelyk een star op zee,1-2
 
En vrij van hertewee,
 
Haer levens adem hael,4
5
Zich vroom en zedigh draege,5
 
Op datze Godt behaege.
*Van 1666? Volgens de tekst in Vondels Poëzy 1682 II, blz. 376.
Opschrift: Volgens Van Lennep, Vondel X, blz. 564, werd deze gedenkpenning in 1666 vereerd aan Maria, dochter van David de Neufville en Nelleken Block, zuster van Agnes Block. Volgens A.C. de Neufville, Hist. Généalogique de la Maison de Neufville, Amst. 1869, blz. 196, waren de uit Frankrijk uitgeweken De Neufville's kooplieden die kunsten en wetenschappen beoefenden. Ook de in 1651 geboren Maria had een letterkundige reputatie, en haar bewonderaars schonken haar deze gedenkpenning, waarbij Vondel de verzen dichtte.
1-2dees Maria: namelik evenals de H. Maagd, haar naamgenoot, met een ster op zee (stella maris) vergeleken; strael: moge stralen.
4Omschrijving van: haar leven moge doorbrengen.
5zich draege: zich gedrage.
terug  begin  verder