Zegezang Over den zeestrijt der doorluchtighste Heeren Staeten, Door den weledelen en gestrengen Heer
Michaël Ruiter,
Lieut. Amirael der Vrye Nederlanden.aant.*
Voor de Weduwe van Abraham de Wees, op den Middeldam, in 't Nieuwe Testament. 1666.
*Van 1666. - Volgens de tekst van de afzonderlike uitgave in plano (Unger no. 687).
Het motto, de aanhef van de Aeneïs, betekent: Ik bezing de held en zijn wapenen. Het gedicht heeft eveneens betrekking op de vierdaagse zeeslag.
47een besneên: een heiden; zich kittel met: zich innerlik verheugt over (Ned. Wdb. VII, 3187), nl. over het feit dat een Christen niet anders handelt als hij zou doen.
50-51Zou hier een werkelike triomfboog bedoeld zijn? Deze komt niet voor de penningen met de opschriften: ‘nos penes imperium’ (aan ons de wereldheerschappij) en ‘quatuor maria vindico’ (ik ma ak aanspraak op vier zeeën), die Karel II na de slag bij Lowestof liet slaan; zie afb. bij Scheurleer, Onze mannen ter zee (1913), blz. 72 en 74.
52Christenlantschen roof: het beroven van mede-Christenen.
54't wreet gevangensmoorden: zie over de slechte behandeling van onze gevangenen te Londen: Wagenaar: Vaderl. Hist. (1755) XIII, blz. 170.
55Falaer: Phalaris (± 560 v. Chr.), een wreed tiran van Agrigentum op Sicilië.
86Of leert onschuldigen gedult: of leert onschuldigen, dat ze lijdzaam te dulden hebben. Dit slaat op de andere vertegenwoordiger van de stam, Karel II, die dan met Gy aangesproken wordt.
104-106Slaat dit wellicht op een afbeelding? Het slaat niet op het wapenschild dat De Ruyter ontving toen hij door Frederik III van Denemarken in de adelstand werd verheven.
109donderbusse: kanon van zeer licht kaliber (Ned. Wdb. III, 2808); in een: bij elkaar.
110hecht geslooten: als een goed gecomponeerd muziekstuk. De vergelijking wordt in het volgende vers (noten), in vs. 114 en vs. 117 voortgezet.