terug  begin  verder
[p. 214]

Uitvaert van den onsterfelyken zeehelt Abraham van der Hulst,aant.*

Onderamirael van Hollant en Westvrieslant, onder den Zeeraet t'Amsterdam.

Furor iraque mentem
Proecipitant, pulchrumque mori succurrit in armis.

 
Door vier en vlam, en rook en kogels
 
Vloog Hulst, een slaghpen aen de vlogels
 
Van Michaël, den grooten helt,2-3
 
Die 's lants geleden hoon herstelt,
5
In 't barnen van de krijghsgevaeren,5
 
En wektme, niet om taeie snaeren
 
Te trekken op een' laegen toon,6-7
 
Maer d'oude dichters naer de kroon
 
Te steeken met de zeetrompetten
10
Van zulke helden, die de wetten
 
Aen 't eilant stellen, dat, te stout11
 
Op zeekasteelen, hoogh gebout,
 
De vrye zeevaert met vrybuiten
 
Gewelt en moorden zwoer te sluiten
15
  Aen ysre ketens, op zijn strant,
 
Als een slavin van Brittenlant,
 
Dat nu, verbaest en afgevochten17
 
Zijn gruwelijke zeegedroghten
 
Door Ruiters scherpe waterbijl
20
  Ziet, naer een' nieuwen oorloghsstijl,20
 
Gehouwen en gekerft aen mooten,21
 
Voor wint en stroom den Teems opvlooten.22
 
Verhefte out Rome oit zijnen stoel23
 
Op Kurtius, die in den poel,24
25
Gelijk een afgront opgekloven,25
[p. 215]
 
[Indien men Titus* magh geloven,]26
 
Durf springen, op het brieschend paert:27
 
De zeehelt Hulst nam onvervaert
 
Den Britschen afgront op zijn tanden.28-29
30
Men zagh den trotsen Charles branden,30
 
En zinken met de zeekortou.
 
Wat is men schuldigh aen de trou
 
Van onze Hollantsche Romainen!
 
Wy tuchtigen op Loevesteinen34
35
  Baldaedigen, die zonder stuur
 
Van reên, het wetboek van natuur35-36
 
En 't recht der volken, elk gegeven,
 
Met voeten treên en wederstreven.
 
Zoo blijf de vrye vaert in zwang.39
40
  Zoo leve Hulst veele eeuwen lang.
 
 
 
MDCLXVI.
*Van 1666. - Volgens de tekst in. Vondels Poëzy 1682, II, blz. 15. Het motto, ontleend aan Aeneïs II, 315-16, betekent: ‘De woede en toorn vuren de moed aan, en men stelt zich voor hoe schoon het is, in de wapenen te sneuvelen’.
Opschrift: De vice-admiraal Abraham van der Hulst, de 11de April 1619 te Amsterdam geboren, sneuvelde 12 Juni 1666 in de vierdaagse zeeslag. Hij werd begraven in de Oude Kerk te Amsterdam, waar hij later een rijk versierde graftombe kreeg.
2-3een slaghpen aen de vlogels van Michaël: als onderbevelhebber een krachtige steun voor de vlootvoogd De Ruyter, die met de aartsengel vergeleken wordt.
5banen: branden, hevig woeden.
6-7niet om een middelmatig lied aan te heffen; taeie: stevige.
11't eilant: Engeland; te stout op: zich verheffend bovenmatig op.
17verbaest: ontsteld; afgevochten: dodelik vermoeid door de strijd.
20oorloghstijl: wijze van oorlogvoeren.
21mooten: blijkens dit woord ziet Vondel het ‘gedroght’ als een ‘poelslang’.
22opvlooten: opdrijven.
23Verhefte: verhief.
24Kurtius: zie deel 9, blz. 399.
25opgekloven: opengespleten.
*[Randschrift:] Titus Livius
26Titus: door Vondel in een kanttekening verduidelikt als de geschiedschrijver Titus Livius (boek I, 12, VII, 6).
27Durf: durft.
28-29De woordspeling met afgront (hel) betekent waarschijnlik dat Van der Hulst zich met zijn schip midden in de Engelse vloot waagde, zie vs. 2 van het volgend gedicht en Brandt, Michiel de Ruiter (1687), blz. 485; nam op zijn tanden: viel aan (Ned. Wdb. XVI, 870), waar alleen voorbeelden uit latere dichters gegeven worden.
30den trotsen Charles: de Royal Charles, daags na het sneuvelen van Van der Hulst genomen en verbrand.
34op Loevesteinen: op Loevestein en in andere kerkers waren de Britse bevelhebbers gevangen gezet.
35-36Baldaedigen: die wandaden bedreven hadden; zonder stuur van reên: onbeheerst; het wetboek van natuur: de rechten van de menselikheid.
39in zwang: in gang.
terug  begin  verder