Grafschrift voor den onderadmirael Abraham vander Hulst.aant.*
Hier rust de zeehelt Hulst wiens daden staen ten toon,
Die in den zwaren slagh, omringt van Britsche schepen,
Storf onverwinbaer, en zijn lijk in 't Y liet sleepen.3
De Zeeraet kroont 's mans deugt met eene stevenkroon.4
Ander,
T'Amsterdam op zijn graf in d'oude kerk gehouwen.
Hier sluimert Hulst, de schrik der Britsche zeebanier,
Beproeft in slagh op slagh, in bloedt, in vloedt en vier.
De groote Zeeraet kroont dien dappren landtsbeschermer.3
De Faem des braven Heldts braveert metael en marmer.4
MDCLXVI.
*Van 1666. - Volgens de tekst in Vondels Poëzy 1682, II, blz. 71.
3Storf: stierf; in 't Y liet sleepen: zijn lijk werd naar Amsterdam vervoerd en daar op 's lands kosten in de Oude Kerk begraven.
4Zeeraet: Admiraliteit; stevenkroon: scheepskrans. Vondel denkt aan de ‘corona navalis’ van de Romeinen als huldeteken voor overwinningen ter zee, vgl. deel 5, blz. 569.